Legends Trail 275 km


Gepubliceerd op 03-06-2025.

Soms kijk je terug op iets wat je hebt gedaan en vraag je je af: hoe heb ik dat ooit voor elkaar gekregen? Dit geldt ook voor mijn deelname aan de Legends Trail waarbij ik tegen mijn verwachtingen in een ijzersterke race liep, genoot van (bijna) elke stap en met een tijd van 55 uur in de top 10 eindigde. Hoe kwam dat in godsnaam tot stand? Je leest het in dit verhaal.

Wat is de Legends Trail?

De Legends Trail (LT) is een mythische ultramarathon die plaatsvindt in de winterse Ardennen in België. De race staat bekend om zijn zware omstandigheden, een laag percentage finishers en de hechte gemeenschap van vrijwilligers en lopers. Deze editie is 275 kilometer lang en bevat ruim 11.000 hoogtemeters. Het is een race waarbij zelfredzaamheid en zelfvoorzienendheid een grote rol spelen, want de race kent slechts vier checkpoints en de afstanden die je daartussen aflegt variëren van 45 tot 75 kilometer. Die checkpoints zijn dan wel meteen de allerbeste die je ooit mee zult maken. Tot slot mag je geen hulp van vrienden en familie ontvangen; alleen dat van de organisatie of van publieke voorzieningen die je onderweg tegenkomt, zoals een bakkertje.

Mijn voorbereiding

Hoewel het in eerste instantie vooral een fysieke uitdaging lijkt, maken juist een ijzersterke mindset en een doordacht plan het verschil. Ik zie ultralopen als een spel van controleren en conserveren: hoe hou je je lichaam en geest zo lang mogelijk in goede staat zodat je ook na pakweg 50 uur nog redelijk fris in je bol bent en een goed tempo weet vast te houden? Om die puzzel op te lossen neem ik Karel Sabbe’s mantra "do or do not, there is no try" aan en ga ik qua voorbereiding all-in. Daarbij focus ik op de volgende vier elementen:

De onderdelen van mijn voorbereiding als variant op Maslow's Hierarchy of Needs waarin elke laag voortbouwt op de laag eronder.

Fysieke Conditie

Zoals de piramide suggereert is het hebben van een goede conditie van fundamenteel belang om zo’n beestachtige afstand te kunnen lopen. Toch is het niet mijn grootste zorg omdat ik al vijf jaar lang vrij consistent loop en ervaring opdoe, waarbij een 210 kilometer lange self supported afstand (Dead Marshes) en het succesvol doorhalen van twee nachten op slechts 40 minuten slaap (Swiss Peaks) mij het vertrouwen gaven dat ik fysiek in staat moet zijn om de Legends Trail te lopen.

Maar omdat er natuurlijk wel getraind moet worden, loop ik in de maanden voorafgaand aan de race gemiddeld 80 kilometer per week en draag ik in de laatste weken een racevest van 5 à 6 kilogram op mijn rug. Dat is best te overzien voor een race van 275 kilometer, toch?

Plan & Materiaal

Mijn uitgangspunt is dat ik niet uit de race zou mogen stappen omdat ik iets wat controleerbaar is niet onder controle heb. Denk aan het hebben van loopgraafvoeten, onderkoeld zijn, of geen navigatie hebben omdat m’n batterijen leeg zijn. Om een overzicht van al deze factoren te maken speelde ik wekenlang allerlei scenario’s af in mijn hoofd en schreef ik de gewonnen inzichten op. Geen rondje hardlopen ging voorbij zonder dat ik nieuwe aantekeningen maakte.

Hieronder vind je de belangrijkste onderdelen van mijn plan. Weet dat ik op elk checkpoint (CP) toegang heb tot een tas (de zogeheten drop bag) van maximaal 20 kilo en dat ik onderweg een racevest (soort rugzak) van +/- 6 kilo aan heb.

Breek de afstand op in stukken. Laten we eerlijk zijn, een afstand van 275 kilometer is krankzinnig en haast niet te overzien. Daarmee is de wetenschap hoe ver het nog is tot de finish de grootste mentale last die ik kan ervaren. De moed zakt in m’n schoenen zodra ik dat tijdens de race probeer te bevatten. Dus om daar helemaal niet mee bezig te zijn kijk ik alleen vooruit naar het volgende checkpoint en laad ik alleen de losse etappes in mijn horloge.

Tempo. Om mijn energie goed te doseren beschouw ik de race als een wandelevenement waar ik af en toe hard mag lopen en niet andersom. Zo hoop ik ook in de laatste etappe het tempo hoog te kunnen houden. Gelukkig heb ik een straffe wandelpas waardoor ik het rennen voor de vlakke en bergafwaartse stukken kan houden.

Voeten. Omdat de kans op loopgraafvoeten groot is, is het belangrijk om je voeten droog en in goede staat te houden in deze natte, winterse omgeving. Na het lezen van Maartens tips en zelf een hoop getest te hebben, kom ik uit op een combinatie van voeten intapen, waterdichte sokken met liners, zelf blaren kunnen prikken en voeten en sokken droog föhnen op de checkpoints. Voor onderweg neem ik een handdoek en een extra setje sokken en zooltjes mee.

Kleding. Kou is een sluipmoordenaar die je veel energie en zelfs een did not finish (DNF) kan opleveren. Ik denk dus goed na over welke kleding ik aan wil hebben en als reserve in m’n racevest wil hebben, waarbij ‘laagjes’ het toverwoord is. Later in de race koel je veel sneller af, dus is het zaak om meer kleding bij je te hebben dan dat je vanaf je comfortabele keukentafel in kunt schatten. Daarnaast zorg ik dat ik op elk checkpoint nieuwe kleding aan kan doen. Ook heb ik meerdere paren handschoenen mee, waaronder waterdichte handschoenen die niet zouden misstaan op een skipiste. Tot slot mag het geen verrassing zijn dat ik voor deze race goede Gore-Tex regenkleding gekocht heb.

Slapen. De race gaat door drie nachten heen en het is niet toegestaan om binnen bij de checkpoints te slapen. Wanneer en hoe lang ik ga slapen kan ik vooraf niet inschatten, maar ik bereid me voor op verschillende opties: buiten bij het checkpoint, ‘s nachts in het bos of op een bankje in de zon. Bij regen zal ik het met jagershutjes moeten doen.

Eten. De oude diesel moet blijven draaien dus er moet gedurende de hele race voldoende brandstof binnenkomen. Ik maak een voedselpakket voor elk van de vijf etappes en daag mezelf uit om het hele pakket op te eten voordat ik bij het volgende checkpoint ben. Met bifi worstjes, (chocolade)repen, koeken, en gels hoop ik genoeg variatie te hebben om mijn eetlust op peil te houden. Qua elektrolyten gaan er 50 capsules en een heel aantal bruistabletten mee. Op de checkpoints zal ik alles aftoppen met de warme maaltijden die daar geserveerd worden.

Racevest. Ik was voorheen geen gewichtsneuker, maar nadat ik tijdens de Swiss Peaks fikse schuurplekken op mijn rug kreeg wil ik nu elke onnodige gram van het gewicht afschaven en mijn racevest dusdanig goed inpakken dat ik er geen last van krijg.

Checkpoints. Om ervoor te zorgen dat ik geen steken laat vallen stel ik een checklist op wat ik op elk checkpoint zorgvuldig af moet werken.

Alle spullen die meegaan naar de Ardennen. Linksonder ligt mijn ingepakte racevest.

Mindset

In de regel geldt dat als je hoofd mee zit je bergen kunt verzetten en dat als je hoofd tegen zit je met lood in je schoenen loopt. Daarmee zit de sleutel tot succes dus tussen de oren en niet zozeer in de benen.

De kunst van het genieten is het belangrijkste element om mijn hoofd in goede staat te houden, want hoe meer ik onderweg geniet, hoe minder ik bezig ben met cijfertjes, hoe beter ik voor mezelf zorg en hoe sterker mijn resultaat is. Ik wil dus kunnen genieten van alles wat de Ardennen te bieden heeft, inclusief de kleine dingen zoals het geluid van stromend water, de geur van dennenbos en de stilte van de nacht.

Om daar nog een schepje bovenop te doen beschouw ik Legends Trail als een vakantie. Zo wil ik het liefst niet denken aan het einde en wil ik dat ik baal als de finish in zicht komt, want dat betekent dat mijn vakantie erop zit. Het klinkt vreemd, maar het helpt om in de juiste mindset te komen.

Tot slot is het zaak om negativiteit in zijn geheel te voorkomen, want negatieve gedachten kunnen langzaam uitgroeien tot een negatieve houding en dat kan weer leiden tot de wil om uit de race te stappen. Om geen plaats te bieden voor negatieve gedachten wil ik positief (of op zijn minst neutraal) kunnen reageren op doorgaans negatieve omstandigheden waar ik geen invloed op heb. Is het mistig? Dan gaan we lekker spoken. Regent het? Dan geniet ik van het geluid van neerkomende regendruppels. Liggen er bomen over het pad? Dat is een mooie gelegenheid om weer eens wat te rekken en te strekken terwijl ik er onderdoor of overheen kruip.

Negatieve gedachten kunnen ook gelinkt zijn aan het niet voldoen aan je eigen verwachtingen. Daarom is mijn enige verwachting om te finishen binnen de gestelde tijdslimiet.

Voorkom DNF (did not finish) als DNF de enige optie lijkt

Ik mag dan wel fit zijn en een plan hebben, feit blijft dat het percentage finishers voor nieuwkomelingen in de afgelopen jaren gemiddeld op 28% lag. Met dat statistiek in het achterhoofd overtuig ik mezelf dat er een moment komt waarop ik er volledig doorheen zit, alles kut is en ik me afvraag waarom ik überhaupt nog door wil. Het enige wat ik dan wil is stoppen. Hoe wil ik dat ik dan handel? Hoe voorkom ik een DNF als DNF de enige optie lijkt?

Ik ken dat soort momenten van vorige races. Met lood in mijn schoenen leek een finish feitelijk onmogelijk, maar vaak knapte ik zowel op mentaal als fysiek vlak goed op en liep ik de race uit. Dus waar komen de gedachten om te stoppen vandaan? In een podcast noemt ultraloper Frank Gielen het een reactie van het onderbewuste: zodra je energie opraakt, zoekt je brein instinctief naar veiligheid. Die drang is typisch voor het menselijk brein.

Gelukkig is de oplossing eenvoudig: je mag de race alleen verlaten als doorlopen medisch onverantwoord is (bijvoorbeeld als het safety team je niet verder zou laten lopen) of als je de tijdslimiet overschrijdt. Is dat niet het geval? Dan loop je door en kap je met klagen. Hiermee maak je het erg simpel voor jezelf.

Als laatste redmiddel neem ik op zo’n moment bewust even de tijd om tot bezinning te komen: pauzeer, ga zitten, drink en eet wat. Laat de storm in je bovenkamer overtrekken en wacht tot je blik weer helder wordt.

Puntjes op de i

In de week voor de race eet ik als een beer en slaap ik als een baby en dus is mijn tank tot de nok toe gevuld. Na alle voorbereidingen was ik er zo klaar voor dat de afstand me niet meer intimideerde. Sterker nog, ik kon niet wachten om mijn tanden erin te zetten.

Vrijdag 17:55 uur. Race briefing in Bernardfagne. Links in beeld staat race director Tim met een peukje tussen zijn lippen.

Start (km 0) → CP2 (km 107)

Daar sta ik dan, samen met 130 andere fitte machines op het binnenplein van Bernardfagne, luisterend naar race director Tim die ons de laatste instructies meegeeft. Na een korte busrit naar Achouffe klinkt om 19:00 het startsein en is het aan ons om te laten zien of we Legends zijn.

De eerste etappe is een kleine 60 kilometer lang en het parcours is perfect om lekker in de race te komen. Dat is belangrijk, want zoals een hond eerst een aantal rondjes draait voordat ie in zijn mand neerstrijkt, heb ik altijd een paar uur nodig om in de race te nestelen en m’n wereld klein, simpel en overzichtelijk te maken. Ik wil dat elke cel in mijn lichaam aan de race gewend raakt en erop ingesteld is dat dit een aantal dagen gaat duren, want ongeduld is het laatste wat ik kan gebruiken.

De race begint met heerlijk technische stukken langs de Ourthe en het is een feest om ‘s nachts langs haar sprookjesachtige oevers te klauteren. Af en toe maakt het bos plaats voor een dorpje en met elk dorp wat we passeren wordt het stiller tot het moment dat de straten uitgestorven zijn en de lucht van frituur het enige teken van menselijk leven is.

Aan het einde van de eerste etappe heb ik de cruising altitude bereikt en heeft de automatische piloot het overgenomen. Ik eet voldoende, wissel genoeg van laagjes waardoor ik het nooit te warm of te koud heb en qua tempo vind ik volledig mijn draai. Als ik CP1 binnenloop zie ik sterke lopers als Addie en Merijn zitten en dat signaleert dat ik een mooi tempo loop.

De tweede etappe is er eentje om vaart te maken en wat tijdwinst te boeken. Bospaden, modder, boomwortels en boerenlandwegen; het raast ritmisch onder mijn voeten door. Af en toe kom ik vrijwilligers uit het safety team tegen en maken we een kort praatje. Hoewel ik mezelf goed vermaak door melig tegen koeien, paarden en schapen te praten, ben ik erg blij met deze momenten van menselijk contact. Het is altijd weer een opsteker.

Ik kom rond lunchtijd aan bij CP2 waar ik weer goed in de watten word gelegd. Een vrijwilliger met de naam Guido Mols komt met een notitieboekje in zijn hand vragen hoe het met me gaat. Zo wil hij weten of ik genoeg eet en of ik wel mijn eigen race en tempo loop. Dat laatste doe ik misschien niet. Ik denk dat ik iets te snel uit de startblokken ben gevlogen en neem me voor om vanaf nu mijn eigen race te lopen.

Vrijdag 21:00 uur. Een mistige eerste nacht.

Zaterdag 06:54 uur. Een nieuwe dag breekt aan.

Zaterdag 07:43 uur. Zonsopkomst.

CP2 (km 107) → CP3 (km 157)

Op de oevers van de Ourthe na was de route tot dusver goed te doen, maar daar komt in deze derde etappe verandering in zodra de Ninglinspo en Chefna in zicht komen. Deze valleien zijn met hun rotspartijen en watervallen net zo mythisch als dat ze klinken. Om het uitdagender te maken kronkelt de route meerdere malen omhoog en omlaag langs de steile wanden van de vallei, waarbij de paden bestaan uit enkelbrekende stenen die verstopt liggen onder een bladerdek.

Gelukkig ben ik goed voorbereid en daarvoor moet ik David Forbes bedanken. Op zijn initiatief trokken we drie weken eerder een nacht door in dit gebied, want hoewel de route van de Legends Trail elk jaar verandert, kun je er donder op zeggen dat deze valleien erin zitten. Ondanks dat de route vanavond in tegengestelde richting loopt ten opzichte van onze nachtelijke verkenning, herinner ik alle doorsteekjes en rivierovergangen en navigeer er foutloos doorheen.

Net als ik denk dat het makkelijk wordt, stuurt de GPS me een extreem dichtbegroeid en jong dennenbos in. Een pad krijg ik niet gevonden, dus ik worstel me door de eerste linie van bomen heen maar ik vind daar nog steeds geen pad. Na een aantal herhalingen bedenk ik me dat dit niet de bedoeling kan zijn. Plots hoor ik verderop in het bos een hoop takken kraken. Het is zo dichtbegroeid dat het zicht beperkt is tot een meter of twee, dus ik roep luidkeels: “Hallo!? Did you find a path!?” Er komt een loper met de naam Kasper tevoorschijn die op zijn GPS laat zien dat hij de route op de kaart op meerdere plekken doorkruist heeft maar geen pad vond. We besluiten een omweg te nemen.

Bedekt in dennennaalden kom ik aan op CP3. Het is middernacht dus ik besluit om buiten bij het checkpoint een uurtje in de bivakzak te slapen. Ik zoek een mooi plekje uit in een weiland en sluit mijn ogen onder een prachtige sterrenhemel.

Ninglinspo en Chefna tijdens de verkenningsnacht met David, Arie, Arjan en Mike.

Ninglinspo en Chefna tijdens de verkenningsnacht met David, Arie, Arjan en Mike.

CP3 (km 157) → CP4 (km 231)

Met een uur slaap, een bak koffie en een aantal warme maaltijden achter de kiezen begin ik om half twee ‘s nachts aan de vierde en langste etappe. Ondanks dat ik CP3 in goede staat verlaat, voel ik na een aantal kilometer de drang om lekker te zeiken en dringen de negatieve gedachten zich aan. Dit is niet wat ik wil en ik snap dan ook niet waar het vandaan komt. Als reactie praat ik hardop over hoe het bos er weer verrukkelijk mooi bij ligt, dat ik weer lekker door de nacht heen mag lopen en mag doen waar ik van hou. Ik schakel zelfs over op het zingen van liedjes die ik op dat moment verzin. Grappig genoeg overtuig ik mezelf en is de sfeer in mijn hoofd binnen een mum van tijd weer positief.

Ik vind het fascinerend dat er zo’n duidelijke scheiding kan zijn tussen enerzijds de willekeurige gedachten die je aan de lopende band hebt en anderzijds je bewustzijn waarmee je van een afstandje naar die gedachten kan kijken en kan kiezen of je er wel of niet op in gaat. Ging dit altijd maar zo gemakkelijk.

Naarmate de nacht vordert zakt het kwik tot onder het vriespunt. Het is even doorbijten tot het moment dat de heldere hemel en witte ijskristallen een spectaculaire zonsopkomst verzorgen en ik met een grote glimlach begroet word door de enige echte Maarten Schön. Hij bemant een tussentijds checkpoint en heeft een heerlijke kom soep en een pannenkoek in de aanbieding. Het belooft een mooie dag te worden.

Onder de verzorgende vleugels van Maarten maak ik voor het eerst de balans op. Ik ben al 200 kilometer lang aan het genieten en lig tot mijn grote verbazing 7e. Holy shit!

Na dit tussenpunt trap ik met een euforisch gevoel het gaspedaal in en storm ik af op de vele klimmetjes rondom Trois Ponts. Op den duur komt Addie in zicht en trekken we gezellig samen op. Helaas krijg ik rond deze tijd pijn aan mijn linker scheenbeen, wat waarschijnlijk komt door het overdreven snelle afdalen rondom Trois Ponts. Ondanks de pijn kan ik CP4 bijna ruiken dus zet ik alsnog een stevige pas in. Hierdoor laat ik Addie helaas langzaam achter me en kom ik in mijn eentje aan op CP4 waar ik op dat moment de enige loper ben.

Op dit checkpoint ontfermt reddende engel Guido zich al snel over mijn voeten, blaren en scheenbeen. Hij is geen zachte heelmeester dus het is soms de tanden op elkaar bijten, maar hij kan tapen als picasso en maakt geen stinkende wonden. Terwijl Guido met mijn voeten bezig is, brengt Harry een bord eten en zorgt de familie van medeloper Kristof De Cauter dat mijn beker met drinken gevuld blijft. Dit bewijst maar weer dat de vrijwilligers het belangrijkste ingrediënt van de Legends Trail zijn.

Zondag 06:24 uur. De laatste koude momenten voor zonsopkomst.

Zondag 07:00 uur. Zonsopkomst.

Zondag 07:13 uur. Zonsopkomst.

Zondag 07:33 uur. Zonsopkomst.

Zondag 08:36 uur. Met Maarten op CP3.1.

Zondag 16:22 uur. Beentjes omhoog bij CP4.

CP4 (km 231) → Finish (km 275)

Gehavend maar zo goed opgelapt als mogelijk, verlaat ik CP4 in de avondzon. Mijn voeten zijn inmiddels dermate uitgezet dat een aantal blaren fors tegen de binnenkant van mijn schoenen drukken. Om mijn tenen wat meer ruimte te bieden trek ik mijn dikke waterdichte sokken uit en let ik vanaf nu extra goed op om plassen en modder te vermijden. Daarnaast zoek ik naar vlakke plekken zonder stenen of wortels om zo de pijn in mijn scheen te minimaliseren. Dit alles leidt ertoe dat ik urenlang bezig ben om elke voetstap zo goed mogelijk te plaatsen en daar word ik langzaam maar zeker kierewiet van.

Als houvast kijk ik uit naar Chez Ingo. Dit is het laatste tussentijdse checkpoint voor de finish en kan het best omschreven worden met het woord ‘oase’. Het is een partytent met kachel, discolampen en oneindige aanvoer van tosti’s. Eenmaal aangekomen bij de plek van tussentijds checkpoint 4.1 word ik opgewacht door twee vrijwilligers. Het is pikkedonker en ik zie nog geen discoverlichting. Vanachter hun hoofdlampjes klinkt een warme stem die zegt: “Hey Tom, hoe gaat het? Je moet hier oversteken en dan daar het bos in.”

Zo gezegd, zo gedaan. Ik loop het donkere bos in, maar zie Chez Ingo nog steeds niet. Het zal zo wel ergens verschijnen. Honderd meter wordt tweehonderd meter. Tweehonderd meter wordt twee kilometer. Dan zie ik in de verte eindelijk een witte partytent. Ik kijk nog eens goed door de bomen heen en zie er iemand naar binnen lopen. Mooi! Mijn focus gaat weer uit naar het pad, tot ik even later nog steeds in the middle of fucking nowhere ben. Waar is die fucking partytent gebleven!?

De organisatie houdt me voor de gek. Het voelt alsof ze me vanuit het donkere bos in de gaten houden en telkens die partytent verplaatsen. De schoften!

Het mag duidelijk zijn dat de hallucinaties van de beruchte derde nacht zijn begonnen en ik langzaam grip op de realiteit verlies. Elke lantaarnpaal of ster die laag aan de hemel staat zie ik aan voor een partytent. Tijdens een kort moment van helderheid besef ik dat het niet echt is. Ik sla mezelf in mijn gezicht, duw een hoop suiker naar binnen en zeg hardop tegen mezelf: “Fuck Chez Ingo. Fuck die tosti's. Volg het lijntje op je horloge en duik bij de finish je bed in.” Daarmee verdwijnt de pijn die ik voelde naar de achtergrond en vervolg ik de komende uren met een verrassend hoog tempo mijn weg. Afmaken die handel.

Zondag 18:51 uur. Maansikkel bij een heldere hemel.

Vier kilometer voor het einde verschijnt er een wit bord met rode letters voor mijn neus: Chez Ingo. Yes! Ik slik mijn eerdere woorden over Chez Ingo snel in en neem plaats in deze warme oase. De rijkelijk belegde tosti’s met smiley van ketchup doen de eerdere smaak van bittere teleurstelling snel vergeten.

Met vier tosti’s in mijn buik kom ik om twee uur ‘s nachts als negende loper aan bij Bernardfagne. Daar word ik opgewacht door race director Tim die een medaille om mijn nek hangt en een bierpakket in mijn handen drukt. We maken snel een foto en zoeken binnen de warmte op, waar ik plaats neem aan een grote tafel die gevuld is met lopers die ik onderweg heb ontmoet. Het bier staat koud en er wordt friet met vol-au-vent geserveerd. De telefoon staat roodgloeiend en met alle berichten van mensen die speciaal voor dit moment wakker zijn gebleven komt eindelijk het besef: ik heb het geflikt! En hoe!?

Na een goede nacht slaap zie ik de volgende ochtend onder meer David, Arie en Mike finishen. Onder een constante aanvoer van bier en friet wisselen we de rest van de dag verhalen uit en filosoferen we erop los. Tijd lijkt vandaag niet meer te bestaan.

Dit waren de Ardennen op zijn best.
Dit was de ultra-community op zijn best.
Dit was ik op mijn best.

Legends Family, bedankt!

Maandag 00:50 uur. Chez Ingo!

Maandag 01:57 uur. Bij de finish met race director Tim.


Reacties


Bob Frederiks


2025-06-03 07:37:53


Tom, diepe buiging vanuit mij. Zelfs op de wintersport zat die ijzeren discipline er in bij je. Dagje vlammen op de piste en daarna roept meneer ik ga nog een rondje lopen (42km) anders haal ik m’n week gemiddelde van 80km niet.

Mega tof geschreven wederom.

Cheers ontzettende eindbaas die je bent!

Koen


2025-06-03 21:15:00


Wat een verhaal weer! Mooi om te lezen!

Jan en Monique


2025-06-03 21:52:41


Jeetje Tom, je bent een echte LEGEND! Diep respect hoor!
Mooi geschreven ook weer.

Zhikica


2025-06-03 21:51:15


It was funny reading this story. So nice. Congrats for enduring that kilometers!

Rick C.


2025-06-04 03:32:39


Another amazing run and accomplishment Tom!! I enjoyed reading your story and am impressed how well you have learned to push out the negative thoughts, pains, etc - sounds like a Jedi mind trick :) . Speaking of Jedi, I always thought it was Yoda who said "Do or not do, there is no try."
See you soon!

Tom Schakenbos


2025-06-04 10:47:36


Wat een verhaal man, heel mooi om te lezen en wat een prestatie!

Elliot


2025-06-04 15:20:09


Pohhhhh wat mooi. Op de tanden bijtend je stuk gelezen, wat een doorzettingsvermogen!

Pa en Git


2025-06-07 09:13:39


Super knap , Tommeke! Mooi geschreven!

Wendy


2025-06-07 13:01:31


Prachtig verhaal! Ik hou alvast jouw tips bij!

Thomas van der Kuijl


2025-07-15 22:38:50


Heel knap Tom! 👏👏👏
Mooi verhalend geschreven ook 👌


Nieuwsbrief


Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang verse verhalen in je inbox


Verhalen


2025

2024

2023

2022

2021