High Trail Vanoise


Door Tom Avontuur en Joan Stip. Gepubliceerd op 04-08-2021.

Na 1,5 jaar pandemie zitten Joan en ik voor het eerst weer in een vliegtuig. Genève is de bestemming. Het is een grijze donderdagavond en we hangen boven een dik wolkenpak. De PCR test was negatief en we hebben het typisch Franse papierwerk en een lading mondkapjes bij ons. Vanuit Genève zullen we met een huurauto de Franse Alpen inrijden. Naar Val d'Isère om precies te zijn. Daar staat de Odlo High Trail Vanoise op ons te wachten: een race van 42 kilometer waarbij we in totaal 3500 verticale meters stijgen en we op 3350 meter hoogte komen. Terwijl ik dit opsom denk ik aan de ongebruikte carbon stokken en Yaktrax (dat zijn sneeuwkettingen voor schoenen) die in onze koffers zitten. Highly recommended materiaal, aldus de organisatie, maar in ons geval ook highly unused. We zullen het moeten hebben van de vele vlakke kilometers die we in de afgelopen 5 maanden in Nederland hebben gemaakt, want buiten de landsgrenzen op trainingsweekend zat er dit jaar niet in.

Eenmaal aangekomen in Val d'Isère checken we in bij hotel Altitude. De lucht kleurt blauw en het is lekker fris zoals dit alleen in de bergen kan zijn. We bevinden ons in een mooie groene vallei en zien in de verte een aantal besneeuwde bergtoppen. Vanaf ons balkonnetje zien we pas echt in wat voor paradijs we zijn beland. We kijken uit op een kabbelend beekje met daarnaast een zwembad waar gastheer Nicholas wat Caribische plaatjes aan het draaien is. Dit belooft een geweldig weekend te worden.

Uitzicht vanaf ons balkon in hotel Altitude.

Helaas voor onze witte torso’s moet het zwembad nog even wachten. Om tijdens de race niet als twee idioten met die stokken te lopen kutten besluiten we om er alvast wat gevoel mee te krijgen door een berg op te lopen. Direct naast het hotel ligt een mooie top met een hoogte van 2826 meter: Rocher de Bellevarde. Tussen die top en ons hotel ligt skipiste La Face. Een beruchte zwarte piste die in 1992 het decor was van de Men’s Downhill op de Olympische Winterspelen. Het plan was een stukje van die piste te beklimmen, maar voordat we het weten is de top in zicht en maken we er een Vertical K (VK) van. Oftewel we stijgen grofweg 1000 meter in hoogte. We voelen ons goed! Morgen dus 4x dit stuk, dat lukt wel. Het is niet de ideale voorbereiding voor de benen, maar het geeft wel een mooie dijk aan zelfvertrouwen.

Na de pre-race VK dippen we kort in het zwembad en pakken we snel nog wat zon mee. Veel tijd is er niet, want we ontmoeten zo Stéphanie (van Odlo) en andere prijswinnaars. Prijswinnaars? Ja, prijswinnaars! Joan, een Fransman en een Duitser hebben via een Strava challenge dit weekend als prijs cadeau gekregen van Odlo. En alsof een mooie Odlo race outfit, race inschrijving en het hotel nog niet genoeg zijn, mochten zij allemaal iemand meenemen voor wie dit ook geldt. Lucky me! Stéphanie neemt ons mee naar het start-/finish terrein waar we onze startbewijzen ophalen. We ontmoeten meer mensen van Oldo, waaronder het elite team dat ze sponsoren en luisteren naar een presentatie die zij in het Frans geven. Iets met départ, aujourd'hui en croissant. We begrijpen er weinig van maar toch voelen we ons een soort special guests op dit Franse feestje. Niet veel later valt de avond. We slurpen een goed bord spaghetti naar binnen en drinken nog een frisse bière. Daarna rest ons niets anders dan de rugnummers alvast op onze shirts te spelden en een nacht slecht te slapen. Want de combinatie van espresso na het eten, het op 1850m hoogte zijn en gezonde pre-race spanning doen mijn slaap geen goed.

Joan op de gitzwarte skipiste La Face tijdens de pre-race VK.

Het is 7:20, de zon schijnt en de temperatuur ligt ergens tussen de 5 en 10 graden. Het ontbijt zit helaas nog wat hoog, maar we zijn er klaar voor. Om het startvak in te komen moeten we langs een tafel waar iets gecontroleerd wordt maar we zien nog niet wat. Sinds dat we een dag eerder van huis zijn vertrokken is dit de eerste keer dat iemand iets van ons wil zien. De QR codes van onze negatieve PCR testen hebben namelijk nog geen daglicht gezien. En daar komt geen verandering in want we leren al snel dat ze controleren op het bijhebben van verplicht materiaal. Natuurlijk spreekt deze Fransoos geen Engels en natuurlijk herken ik het Franse woord voor reddingsdeken niet. Hij graait wat rond in mijn tas, ziet het reddingsdeken, mijn fancy regenjas en telefoon en geeft me een knikje dat het in orde is. We zoeken een plekje in het startvak, schieten wat plaatjes en beginnen vervolgens om stipt 7:30 aan het avontuur.

Het is even file-lopen als we met ongeveer 300 deelnemers de eerste smalle bergpaden opdraaien. Maar dat is prima, want het voorkomt een onnodige sprint die normaliter het resultaat is van alle opgebouwde spanning en adrenaline. De eerste 6 kilometer vindt plaats in het bos van de vallei. We vechten af en toe tegen het ontbijt maar omdat de temperatuur nog lekker laag is gaat het vrij soepel. Na dit stuk ligt de eerste verzorgingspost op ons te wachten. We vliegen daar vlotjes doorheen en beginnen aan de eerste grote klim. De stokken komen meteen goed van pas en we vinden allebei ons eigen tempo. Ik kom goed in een bepaalde modus. Dat houdt in dat er precies één tempo is waar ik lekker op ga. Ga ik langzamer dan wordt het slenteren. Ga ik sneller dan schieten mijn ademhalings- en hartslagfrequentie door het plafond heen.

Joan (met de witte pet) tijdens de eerste 6 kilometer.

De eerste grote klim op weg naar Passage de Picheru.

Het uitzicht vanaf Passage de Picheru, kijkend naar de vallei waar we zojuist vandaan komen.

In tegenstelling tot klimmen valt de eerste afdaling stiekem tegen. Waar de kans groot is dat je tijdens de klim lange tijd in een treintje van mensen zit, zijn de onderlinge snelheidsverschillen tijdens het afdalen ineens een stuk groter. Net als ik denk soepeltjes af te dalen en wat mensen inhaal, komen er andere mensen met mach 3 voorbij gedanst. “Hoe dan?” vraag ik me af. Na een aantal kilometer afdalen kom ik aan in het kleine dorpje Le Fornet. Het dorp is niet meer dan 3 straten en een paar hotels. Er staan wat muzikanten te spelen en er zijn aardig wat toeschouwers die iedereen toejuichen. Tijd voor een pitstop! Het is 13km geleden dat ik door de laatste verzorgingspost vloog. Dus mijn water is op en een nieuwe laag zonnebrand kan ook geen kwaad. Terwijl ik bijkom en de zweetdruppels langzaam van mijn voorhoofd verdwijnen, laat ik mijn water bijvullen door een Franse opa die voor een tafel met petflessen staat. Het gaat tergend langzaam en ik ben natuurlijk niet de enige die bij die man staat de dringen. Nadat hij de eerste halve liter heeft bijgevuld wil ik een adje trekken om de ergste dorst direct te lessen. Maar wat blijkt, hij heeft er bruisend water in gedaan. Dat is niet erg als ik nu in een restaurant had gezeten met een burger voor mijn neus, maar op dit moment kan ik er weinig mee. Gelukkig staat er een natuurlijke waterbron achter de beste man. Ik dump het bruisend water, les mijn dorst met het koude bergwater en vul mijn soft-flasks voor de klim die voor me ligt. Nu ik weer droog ben smeer ik mezelf nog een keer goed in met zonnebrand, eet ik wat van mijn eigen voorraad en maak me op voor de klim. Op dat moment komt Joan binnen. Hij vindt gelukkig direct de natuurlijke waterbron en strijkt daar neer. We besluiten dat we niet meer op elkaar wachten en dat we op eigen tempo verder gaan.

Joan:
De eerste 6 km gaan ook voor mij soepel. De eerste verzorgingspost slaan we dan ook vrijwel over. Een snel bekertje water en een handje trail mix naar binnen werkend lopen we naar het begin van de eerste klim, de montée Picheru. Gelijk vind ik een goede cadans tegen de toch wel steile helling. Als ik later terugkijk op Strava zie ik dat het gemiddelde stijgingspercentage 25% is. Over het algemeen is het een mooi pad met een klauter stukje hier en daar. De deelnemers verdelen zich over de klim en je loopt elkaar al wat minder in de weg dan in het glooiende eerste stuk. Al gauw kom je over de eerste kammen heen en zie je links en rechts de eerste bergmeertjes liggen. Wauw! Vanaf hier begint het echt indrukwekkend te worden, en voel je je klein tussen de steile rotsen om je heen. Ik probeer het vast te leggen op een foto, maar het gevoel is moeilijk te vatten in een klein schermpje. Ik zie de eerste col al liggen, maar ik merk dat ik iets moet eten en eet snel een reep. Ongemerkt schiet de tijd voorbij, en als ik op mijn horloge kijk zie ik dat we al twee uur onderweg zijn. Bovenop kom ik Tom weer tegen en we zetten samen de afdaling in om kort daarna weer een stukje te stijgen. Als ik in dit klimmetje omhoog loop voel ik ineens de kramp in mijn been schieten. Oef. Dit had ik niet zien aankomen al zo vroeg in de race. Ik rek even en drink wat extra water waarna ik besluit om er maar doorheen te lopen, en al gauw trekt het weg. Even later herhaalt dit feestje zich in het andere been. Omdat ik nog vol goede moed zit en we pas op het eerste deel van de route zitten, besluit ik me er niet al te veel van aan te trekken, goed te drinken en mijn tijd te gaan nemen in de rustpost van Le Fornet.

Niet lang daarna zet ik achter Tom de afdaling in naar dit dorpje. Onderweg merk ik dat het extra water dat ik gedronken heb tegen de kramp, in mijn maag begint rond te klotsen, waardoor ik geen lekker ritme vind in de afdaling. Aan de andere kant helpt de zwaartekracht wel een handje mee, waardoor ik zonder al te veel problemen bij de tweede rustpost aankom. Na wat zoeken vind ik Tom, en we besluiten ieder afzonderlijk door te gaan. Gelukkig dachten we hier hetzelfde over, en kan ik even op adem komen en mijn reserves goed aanvullen. Ik wil straks niet weer geparkeerd staan op de klim. In de post zoek ik naar isotone sportdrank maar ik vind uiteindelijk alleen een zakje oplospoeder. Ik schud het leeg in mijn trail cup, en probeer het op te lossen in het ijskoude bergwater wat ik net getapt heb. Dit werkt niet. Ik besluit het met mijn vingers wat los te roeren, wat voor een paar fransozen een heel vermakelijk beeld oplevert. Ik geef er niks om en drink met veel plezier mijn suikers op. Stirred, not shaken. Ik ben klaar voor het tweede deel.

Ik wens Joan succes en begin vol goede moed aan de tweede klim. Het dropje wat ik achter me laat ligt op 1950 meter en de top (Aiguille Pers) waar ik heen ga op 3350 meter. Als ik het dorp uitloop ben ik op dat moment de enige die de verzorgingspost verlaat. Ik vraag een een willekeurig persoon of ik de goede kant op ga en na enige twijfel blijkt dat zo te zijn. De route leidt direct het bos in en ik zie niemand voor of achter me. Chill, denk ik. Even uit de drukte ontsnappen. Maar dat duurt niet lang want ik heb de eerste concurrent al in mijn vizier. Ik heb geen zin om mezelf onderaan deze lange klim op te blazen dus ik neem mezelf voor om op een paar meter afstand achter deze man te blijven plakken. Ik hou het niet lang vol. Dan maar inhalen. De zweetdruppels druipen van mijn neus en het zojuist aangebrachte zonnebrand prikt in mijn ogen. Er staat geen zuchtje wind in dit mooie bos. Als ik de volgende lopers alweer voor me zie probeer ik wat gas terug te nemen en in hun kielzog op adem te komen. Ik hou het wederom niet lang vol en ga er maar weer voorbij. Dit herhaalt zich nog vaak en halverwege de klim klinkt de stem van Bert Kreischer in mijn hoofd en die zegt: "I am the machine!". Ik ben competitiever dan ik had gedacht en ik krijg energie van al het inhalen. Op 2750 meter vlak naast Col d'Iseran ligt een verzorgingspost. Waar ik in het dorp op plaats 160 lag, kom ik als 105e bij deze post aan. Ik neem weinig tijd om bij te komen, maar ik pak dit keer wel een bakje eten van de post mee, wat ik al wandelend op eet. De Tuc koekjes en naturel chips smaken als nooit tevoren en er zit ook een lekker stuk kaas in het bakje. Terwijl ik van de kaas geniet vraag ik me af hoe mijn maag erop zal reageren. "Bij twijfel niet doen", dus ik gooi het laatste stukje weg.

Nu komt het echte werk. Van 2750 naar 3350 meter door een brei van rotsen, stenen en af en toe een stuk sneeuw. Ik weet nog steeds enkele mensen in te halen maar het deelnemersveld is inmiddels goed uitgedund. Terwijl de ijle lucht er langzaam inhakt begint het stijgingspercentage toe te nemen tot meer dan 30%. Lang leve de stokken! Het lopen op deze hoogte gaat me verrassend goed af, maar mijn hartslag en ademhalingsfrequentie zijn enorm hoog. Als ik een slok water neem en dus een teug adem oversla, heb ik moeite om de gemiste adem weer in te halen. Je merkt dat mensen er goed doorheen zitten hier. Zo zit er een Fransman hopeloos op een steen met zijn hoofd tussen zijn knieën. Hij zegt geen hulp nodig te hebben. Misschien viel zijn kaasje slecht. Hoe dan ook, niet veel later kom ik onverwachts op een bergkam terecht. Holy shit! Er komt een heel nieuw berggebied in beeld en ik realiseer me hoe hoog ik zit. Er is hier geen pad meer en het vergt wat klim en klauter werk om de kleine rode vlaggetjes van de routemarkering te volgen. Voor het eerst komt Aiguille Pers in zicht. Eindelijk. Het laatste stukje is puur genieten en ik kom uiteindelijk als 86e op de top aan.

Enkele momenten voor de eerste van vele inhaalacties op de klim van Le Fornet naar Aiguille Pers.

De klim van Col d'Iseran naar Aiguille Pers. Van een pad is geen sprake meer is.

Op de bergkam met Aiguille Pers in zicht.

Grote blij.

Op de top eet ik weer wat en houd ik een klein praatje met gasten die ook net boven komen. Tijd voor de afdaling. Al snel komt het eerste sneeuwveld in zicht. Het pad loopt diagonaal door dit hellend sneeuw vlak weg naar links. Terwijl ik bedenk of ik de Yaktrax onder mijn schoenen zal binden voor extra grip zie ik in het sneeuwveld een aantal glijsporen die lijnrecht naar beneden lopen. Het is een ingesleten glijbaan door de sneeuw. "Ha! Wat een sukkels" denk ik. Het sneeuwveld is vrij klein, dus ik vind het niet de moeite om de Yaktrax onder te binden om ze er na 50 meter weer af te halen. Ik zet een aantal stappen in de sneeuw, glij uit en voordat ik het weet ga ik met ongekende snelheid op mijn billen van de sneeuwglijbaan. Ik lach om mijn eigen stommiteit en probeer vaart te minderen door mijn hielen in de sneeuw te drukken. Ik kom heelhuids onderaan aan, poets de sneeuw van mijn lichaam en probeer over de stenen het pad weer terug te vinden.

Niet veel later gaat het pad weer over naar sneeuw. Dit keer is het een brede blauwe piste. Ik bind de Yaktrax onder en ga ervoor. Ik heb niet het idee dat deze dingen enige grip of waarde toevoegen op deze kapot gelopen piste. Het gaat niet zozeer om het hebben van méér grip, het gaat om het voorkomen dat mijn enkels dubbelklappen. Het is een moeilijke en geen plezierige afdaling. Met elke stap die ik zet vullen mijn schoenen zich verder met sneeuw. Sneeuw dat door de warmte van mijn voeten omgezet wordt tot ijswater. De komende paar kilometer zijn een afwisseling van sneeuw, rotsen en stenen. De Yaktrax heb ik terug in mijn tas gestopt en het wordt de dood of de gladiolen. Afdalen is een dans die ik niet beheers. Ik ben een lompe slungel wiens bovenbenen de klappen opvangen. Souplesse is een Frans leenwoord wat vandaag niet meer in mijn woordenboek voorkomt.

Vlak voor Col d'Iseran loop ik door de laatste verzorgingspost van de race. Ik was hier een tijdje geleden ook, maar toen ging ik de andere kant op. Tussen deze post en de daadwerkelijke Col loopt de route over een weg. Wederom besluit ik al wandelend te eten, wetende dat na de Col de laatste significante klim op me wacht. Tijd om even bij te komen dus. Op het dorpje Le Fornet na bevind ik me al de hele dag midden in de bergen. Geen toeschouwers en geen bebouwde omgeving. Af en toe loopt er in de verte een marmot maar dat is het wel. Het is dan ook even wennen als ik Col d'Iseran nader en ik me in een zee van auto's, motoren en fietsers bevind. De weg loopt lafjes af en omdat de zwaartekracht zijn werk doet ren ik inmiddels op volle vaart richting de kruising. Ik let even niet op maar gelukkig staat er iemand van de organisatie het verkeer tegen te houden. Ik vlam zonder problemen rechtdoor over de kruising. Vlak na deze kruising ligt een grote berghut met daarvoor een goed gevuld terras. Onder luid applaus en het Franse allez allez allez allez! ren ik zo hard als ik kan en al fist-pumpend voor het terras langs. Het voelt even alsof ik op kop loop. Twee tellen uit zicht van het terras neemt het hellingspercentage toe en ga ik over op wandelen. "Dat hebben ze mooi niet gezien", denk ik.

Vanaf de Col start de klim naar Tunnel 3000. Dit is - jawel - een tunnel die op 3000 meter hoogte ligt. In de zomer kun je er doorheen lopen, maar in de winter kun je er ook doorheen skiën. Nou ja, als je een goed geoefende skiër bent dan. Want de zogeheten Tunnelpiste is met een steilheid van 76% niet voor elke brakke brokkenpiloot weggelegd. Ik heb geen idee waar die piste precies loopt, maar dat de klim steil is staat vast. Mijn benen zijn aardig leeg en het tempo is er inmiddels uit. Ik ben nog steeds erg blij met mijn stokken, maar zelfs die worden even nutteloos als ik een touw van een steile rotswand zie hangen. "Fuck me" zeg ik hardop. Maar eigenlijk valt het omgekeerde abseilen mee. Het is zelfs leuk. Niet veel later schuifel ik over het laatste stukje sneeuw dat een bordes vormt naar de tunnel toe.

Start van de afdaling vanaf Aiguille Pers op 3350 meter.

Het uitzicht als ik uit Tunnel 3000 loop.

Nu de laatste klim achter me ligt komt de finish eindelijk in zicht. Niet letterlijk, maar het voelt wel alsof de grootste klus geklaard is. Natuurlijk gaat het afdalen nog steeds wat stroef, maar langzaam zak ik weer tot onder de boomgrens en gaan de stenen en rotsen over in mooie bergpaden die door het gras lopen. Daarmee neemt ook de steilheid af en wordt het parcours meer renbaar. Dat betekent dat ik mijn oog weer wat vaker kan richten op de prachtige vergezichten die voor me liggen. Het is werkelijk een schitterende afdaling. Ik heb The Sound of Music nog nooit gezien, maar ik weet er genoeg vanaf om te bedenken dat dit landschap er waarschijnlijk aardig op lijkt.

Eenmaal aangekomen in Val d'Isère proef ik de finishlijn. Ik krijg nog een laatste shot adrenaline (of iets wat erop lijkt) en ren met een lach op mijn gezicht de finishstraat in. De handen gaan in de lucht en de tijd wordt gestopt op 9 uur en 10 minuten. Ik neem een paar seconden voor mezelf om op adem te komen, waarna ik als 84e finisher de welverdiende medaille in ontvangst neem en ik direct een finishfoto in mijn handen gedrukt krijg. Ik zoek in een tent de schaduw op en begin met het uitspelen van alle snacks die deze laatste verzorgingspost biedt.

De renbare afdaling naar de finish met af en toe nog een klein klimmetje.

Prachtig uitzicht op de berg waar we vanochtend overheen kwamen.

Wat later verschijnt Joan in de verte. Ik herken hem in eerste instantie niet omdat hij een blauw windjack over zijn grijze shirt heeft aan gedaan.

Joan:
De tweede klim begint lekker. Ik voel me herboren uit de verzorgingspost weglopen en dwaal vanuit het hete en zonnige dorpje een heerlijk koel en groen bos in. Hier zou ik wel uren kunnen lopen bedenk ik me, terwijl ik op zoek ga naar een goede cadans voor dit tweede deel. Vanaf hier gezien is het bijna 1350 meter klimmen naar het hoogste punt van de route. Dat zien we straks wel, eerst maar eens op naar de col d’Iseran. Een bekende pas voor vele wielertoeristen, maar de route die wij omhoog lopen is totaal anders dan het meedogenloze asfalt. Al lopend vraag ik me af waar die pas eigenlijk ligt, want waar we nu lopen is nergens verkeer te horen of te zien. Totdat we na ongeveer 500 meter klimmen voor het eerst de weg kruisen, en ik een paar fietsers verbaasd zie omkijken wat al die dwaze hardlopers met stokken hier doen. Vanaf dit punt komen we boven de boomgrens en verandert het terrein in een grote grasvlakte waarbij je de route naar de Iseran af en toe in de verte ziet liggen. Het deelnemersveld is inmiddels echt verspreid, soms heb je iemand voor je lopen maar druk is het niet meer. Ik probeer telkens iemand te vinden met een min of meer vergelijkbaar tempo om vanaf daar de oversteek te maken naar de volgende. 100 hoogtemeters verder is het ineens weer raak. De kramp schiet er nu in beide benen tegelijk in en ik probeer een houding te vinden waarin ik zou kunnen rekken. Dit is echter bijna niet te doen op het steile terrein, en ik sta dan ook echt even helemaal verkrampt op mijn stokken te leunen en vraag me af hoe dit er voor een willekeurige voorbijganger uit moet zien. Wat doe ik mezelf aan? Ik besluit op mijn tanden te bijten, er zit niks anders op dan door de kramp heen te bewegen. Het kan niet ver meer zijn naar de col waar een volgende rustpunt op me ligt te wachten. Even later vind ik dan ook wel weer mijn cadans terug, en na op een steile gruishelling nog een laatste keer geveld te zijn door de kramp, ben ik eindelijk boven en zie ik de tenten van de verzorgingspost liggen. Ik daal snel af en vul mezelf met cola, chips, en wat brood, kaas, en ham. Inmiddels wil ik alles eten en drinken wat me wordt voorgeschoteld dus ik pak ook nog een kom lauwe bouillon met vermicelli aan. De bouillon smaakt goed maar na een paar happen gaargekookte witte drab parkeer ik het bakje toch in een vuilnisemmer. Ik zie een massagetafel staan waar een paar vrijwilligers een andere verkrampte loper helpen. Even twijfel ik, maar als ik zie dat er nog meer wachters voor me zijn besluit ik door te lopen. Dit gaat me te veel tijd kosten en waarschijnlijk lost het de problemen toch niet op. Ik ga door naar het hoogste punt, dat is mijn mentale drempel en als ik dat eenmaal gepasseerd ben kan het voor mijn gevoel niet moeilijk meer zijn om de finish te halen.

Dit stuk van de klim loop je echt op een kale gruishelling. We zitten inmiddels op 2750 meter en als je om je heen kijkt zie je dat hier weinig meer leeft. De route is gemarkeerd met rode vlaggetjes en dat is wel handig, want een pad is niet echt meer te ontdekken. Het wordt een zware dobber tot aan de top. Vanaf hier begin je echt te merken dat er minder zuurstof in de lucht zit, wat ervoor zorgt dat je alleen nog maar de ene voet voor de andere kan zetten. Het gebrek aan zuurstof en de nu regelmatig terugkerende kramp zorgen ervoor dat ik zo nu en dan stil moet staan om bij te komen. Telkens als je denkt dat je de top in zicht hebt doemt er weer een volgend traject van het pad op. Als ik even stilsta en vermoeid achterom kijk, staar ik een medeloper aan. Hij geeft me een knikje, en mompelt: “un petit plus”. Dit wordt mijn mantra, en als het wederom zwaar wordt bedenk ik mezelf dat het nog maar een klein stukje verder is tot de top. Als ik eindelijk bovenop aankom word ik aangekeken door de mannen van de bergbrigade die in de gaten houden of iedereen gezond en wel passeert. Ze hebben een hond bij zich met een skibril op, die het geheel rustig in de gaten houdt. Wat een schitterende plek is dit. Ik besluit even de tijd te nemen om alles rustig in me op te nemen. Elke kant die je op kijkt wisselen de alpentoppen elkaar af. Dit maakt elk beetje afzien tot nu toe weer goed. Ik werk een knijpverpakking limonade weg met wat water uit mijn rugzak omdat ik me wat rillerig voel op deze hoogte. Tijd om een jasje aan te doen, want de wind trekt ook aan en ik moet nog een sneeuwhelling af. Ik trek mijn rits dicht, geef nog een knikje naar de mannen op de top en ren op de eerste sneeuw af. Daar aangekomen trek ik mijn Yaktrax aan, om er na 5 meter achter te komen dat ze precies 0% grip toevoegen aan mijn trailschoenen. Ik slip en slide de helling af om vervolgens mijn balans te verliezen en een heel eind over de sneeuw naar beneden te schuiven. Tot mijn schrik glij ik snel op een medeloper af en ik probeer hem al schreeuwend te waarschuwen. Gelukkig hoort hij mij net op tijd en kom ik tot stilstand terwijl hij vlug een stapje opzij kan zetten. Ik bied mijn excuses aan, maar ofwel hij kan geen Engels of hij neemt het me niet in dank af, want hij draait zich snel om en loopt weer verder. Na een kort reset momentje vind ik een beter ritme om af te dalen over het gladde terrein, en focus me op het stuk gravel wat daarna komt. Omdat ik mijn Yaktrax niet af doe op de gravel, vergis ik me opnieuw in mijn grip en ik schuif onderuit. Shit. Ik kijk naar mijn hand en zie dat mijn duim bloedt. Het lijkt mee te vallen, maar fijn is het niet. Gelukkig komt de col d’Iseran weer in zicht en ik weet dat daar een verzorgingspost zit. Hier aangekomen wordt ik snel verbonden, waarna de EHBO’er me vraagt of ik nog omhoog moet of al onderweg ben naar de finish. Als ik zeg dat ik richting de afdaling ga mag ik gelukkig door.

Na een laatste klim richting de tunnel 3000, die me eigenlijk heel gemakkelijk af gaat, kijk ik uit over een prachtige vallei waar doorheen ik de laatste afdaling naar de finish mag rennen. Vanaf hier is het nog maar 8 km dus dat zou goed moeten komen. In het begin is het nog wat steil maar al gauw verandert het pad in een glooiende afdaling.. Ik had niet meer gerekend op het feit dat er af en toe nog een vervelend klimmetje tussendoor zou komen, maar in deze fase van de race voelt elke meter omhoog als een tegenvaller. Ik probeer zo veel mogelijk te rennen in dit laatste stuk maar ik voel wel dat de bovenbenen al heel wat te lijden hebben gehad. Met hulp van de stokken, wat een topdingen, kom ik toch zonder al te veel problemen in het dal. Al snel zie ik het finish terrein liggen en hoor ik de speakers in de verte galmen. Ik ben er bijna! Of toch niet? Het pad draait naar rechts en als ik op mijn horloge kijk zie ik dat ik inderdaad nog wel 3 km te gaan heb. Na dit laatste mentale tikje besluit ik alles op alles te zetten om deze kilometers zo snel mogelijk af te leggen. Een paar honderd meter voor de finish zie ik Tom staan, maar ik moet zijn naam roepen omdat hij me niet herkent. Vanaf hier rennen we de laatste honderd meter samen, om na elf uur en 4 minuten uitgeput maar voldaan de finish over te knallen. Wat een race.

We zitten samen op de grond met wat glazen cola en snacks en wisselen verhalen uit. Tot slot drinken een biertje op onze eerste race in de Alpen. Het was een fantastische dag. Odlo, bedankt!

Joan bij de finishlijn!


Reacties


Tom Avontuur


2021-07-27 09:03:55


Don't be shy! Want het inbouwen van deze comment section duurde langer dan de race hierboven :)

Ivo


2021-08-05 14:24:46


Mooie verhalen mannen! Op de meeste dingen jaloers haha

Jan en Monique


2021-08-08 09:21:11


Wat een prachtige verhalen. Top gedaan! Wat een prestatie.

Ellen & Hans


2021-08-11 18:27:44


Wat een Top prestatie!! Wat een geweldige tocht met prachtige natuur!

KABOOM


2021-08-11 22:41:20


Stirred not shaken, held! The Sound of Music maar eens gaan bekijken dan Tom.
2 Mooie verhalen waarin jullie echt de lezer meesleurt in jullie race ervaring, prachtig!
Ps. Welke stokken raden jullie aan;)?

Jan Avontuur


2021-08-15 16:48:25


Geweldige prestatie. Maar dat hadden we al gezegd. Toppie.

Marie Louise v gennip


2021-08-20 19:57:23


Supergaaf om te lezen Tom en veel plezier en succes daar.😘🌞💪

Jordan Dorlijn


2021-09-05 21:57:16


hahahhahahahah mooie avonturen, lekker mannen:D


Nieuwsbrief


Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang verse verhalen in je inbox


Verhalen


2025

2024

2023

2022

2021