Adrenaline en slaapgebrek tijdens de GGUT 110 km


Gepubliceerd op 21-09-2022.

De Grossglockner Ultra Trail (GGUT) is een 110 kilometer lange race om Oostenrijks hoogste berg en begint en eindigt in Kaprun. Ondanks dat we de 3798 meter hoge top van de Grossglockner niet bestijgen maken we tijdens de race alsnog 6500 hoogtemeters. We zullen opgaan in een landschap van hoge bergtoppen, watervallen, gletsjers en turquoise stuwmeren. Althans, zolang dit zich niet verschuilt achter mistbanken, regen en wolken.

Een kleine, natte, donkere wereld

Op een regenachtige avond in juli klinkt om 22:00 uur het startschot waarna we door de straten van Kaprun rennen. We beginnen deze race namelijk met een ouderwets nachtje doorhalen, dus als alles meezit kom ik hier morgenavond pas weer terug. Na enkele kilometers verruilen we het asfalt voor onverharde paden en verdwijnen we langzaam in de duisternis. Voor ons ligt een 25 kilometer lange klim met als hoogste punt de 2636 meter hoge bergpas Kapruner Törl.

Eenmaal opgewarmd vind ik de matige regenval prettig. De lucht is op een heerlijke manier fris en de neerkomende regendruppels zorgen voor een rustgevend achtergrondgeluid. De eerste riviertjes en watervallen die we doorkruisen zijn tam en er liggen altijd wel wat keien in de rivierbedding om zonder natte voeten over te kunnen steken. Maar naarmate we hoger komen begint het harder te regenen en worden de rivieren wilder. Het is een kwestie van tijd totdat we er tot ons knieën doorheen moeten. Eenmaal bij zo’n wilde stroom aangekomen verspreiden we ons en zoeken we naar de geschikte oversteekplek. Iedereen denkt dat gevonden te hebben, maar komen allemaal bedrogen uit. We moeten er dwars doorheen. Ik ben inmiddels dermate nat geregend dat ik je niet eens kan vertellen of het water koud is en of de natte sokken vervelend zijn. Alles is toch al nat. Het zij zo.

Een van de vele river crossings.

Na een aantal uur in de regen te hebben gelopen begin ik me uitzonderlijk goed te voelen. Ik ben extreem fit en scherp, volledig in het moment, klaar voor alles wat komen zal en een tikkeltje euforisch. De kans is groot dat ik stijf sta van de adrenaline, maar dat besef ik nu nog niet.

Ondanks dat ik de barre omstandigheden dus wel leuk vind, heb ik gemerkt dat ik liever niet alleen wil zijn in deze natte nacht. Het is mentaal makkelijker om met anderen op te trekken. Dat geeft wat meer rust. In een treintje met andere lopers wordt er niet tot nauwelijks gesproken. Iedereen voert zijn eigen strijd, maar weet dat we op dit moment elkaar nodig hebben. We blijven bij elkaar tot een verschil in tempo ons opbreekt en ik aansluiting zoek bij andere lopers.

Beeld je in dat er niemand voor me loopt. Dan wordt de wereld nog kleiner, eenzamer en donkerder.

Een oase in de woestijn

Het is 4:00 uur ‘s nachts als ik na 30 kilometer en 2400 hoogtemeters de Rudolfshütte binnenstap. Eenmaal binnen hoor ik de regen tegen het raam tikken en voel ik de warmte van een knus haardvuurtje. Het is als een oase in de woestijn. Hier wil je zijn.

Nadat ik mezelf heb afgedroogd plof ik neer op een bankje. Ik krijg een heerlijke kom soep aangeboden die ik met twee handen aanneem. Terwijl ik van de soep geniet valt me op dat er naast me een levensgrote replica van E.T. zit. Je weet wel, die scène waarin E.T. gewikkeld in dekens in het fietsmandje zit. Hier is het een loper die volledig is ingewikkeld in bruine dekens en die als een slappe frikandel tegen de muur leunt. Ik vraag me af of hij ooit nog naar buiten wil aangezien hij er heel comfortabel bij lijkt te zitten. Dan realiseer ik me dat deze oase een gevaarlijke valkuil is. Hier kan ik met gemak een half uur blijven plakken als ik niet oplet. “Hup, hobbelen” zeg ik tegen mezelf terwijl ik opsta. Ik pak nog wat eten en loop in mijn eentje de hut uit. Ik zoek even naar de routemarkering en verdwijn langzaam weer in de nacht.

Het is een overweldigend gevoel als de contouren van de berg zichtbaar worden en je voor het eerste de steile bergwanden om je heen ziet.

De morgenstond heeft bouillon in de mond

Na 33 kilometer passeer ik de Kalser Tauern; een 2515 meter hoge bergpas en tevens het begin van een 15 kilometer lange afdaling naar het plaatsje Kals am Grossglockner. Hoewel het eerste stuk van deze afdaling steil en technisch is, is het merendeel glooiend en renbaar. Tijdens de afdaling begint het te schemeren en stopt het langzaamaan met regenen. Een nieuwe dag breekt aan.

Het is 7:00 in de ochtend als ik de post bij Kals binnenloop. Tijd voor een ontbijtje. Hier wordt soep en pasta geserveerd waar ik beide bitte tegen zeg. Naast een buffet hebben ze hier ook mijn zogeheten ‘drop bag’; een tas vol met cadeautjes voor mezelf van mezelf die ik vlak voor de start bij de organisatie heb afgegeven. Hier kun je vanalles in kwijt. Ik heb er vooral gelletjes en repen voor de tweede helft van de race in gestopt, maar bijvoorbeeld ook zonnebrand en droge kleding. Je zou verwachten dat ik sta te popelen om droge sokken en een droog shirt aan te doen. Maar het gefriemel met veiligheidsspelden (waarmee het rugnummer op mijn shirt gespeld zit) en gehannes om droge sokken om natte voeten te sjorren laat ik liever achterwege. We blijven nog eventjes dampen in deze ochtend.

Het doel van deze stop mag duidelijk zijn; mezelf oplappen voor de dag en de 60 kilometer die voor me liggen. Helaas. Als ik de post uitloop en aan de volgende klim begin gaat het ineens figuurlijk bergafwaarts. Mijn maag zit te vol en mijn oogleden zijn te zwaar. Ik voel me slaperig en zou het liefst met m’n ogen dicht lopen. Gewoon omdat het fijn is. De adrenaline van de nacht is inmiddels volledig uitgewerkt.

Het stuk van Kals (kilometer 48) naar Glocknerhaus (kilometer 72) leg ik als een zombie af. Ik voel me slapjes en druilerig en worstel met name met mijn maag. Om ervoor te zorgen dat mijn lichaam voldoende calorieën binnenkrijgt probeer ik elk uur minstens een gelletje en een reep te eten. Na 10 uur van zulke uren heeft mijn maag daar geen zin meer in. Hierdoor krijg ik niet de hoeveelheid eten weggewerkt die ik wil wat ertoe leidt dat ik me minder energiek voel. Dit gaat de verkeerde kant op.

Zombie of niet, de uitzichten blijven spectaculair.

Je bent pas verneukt als je je verneukt voelt

Gelukkig kom ik heelhuids aan bij Glocknerhaus (kilometer 72). Daar word ik getrakteerd op applaus van willekeurige supporters en raak ik aan de praat met een vrouw. Ze is Tjechisch maar begint een gesprek over het weer alsof ze Nederlands is. “Luckily it’s not raining anymore. It rained all night long!” reageer ik. Ze vertelt me dat veel deelnemers in de nacht hebben opgegeven. Dit nieuws verandert mijn kijk op de zaak. Het feit dat ik het al verder heb geschopt dan vele anderen doet me goed. Later zal blijken dat 120 van de 215 deelnemers de stekker uit hun race hebben getrokken.

Eenmaal in de verzorgingspost valt me op hoe verloren de meesten erbij zitten. Ze zijn niet bezig met eten en drinken. Ze zitten daar maar te zitten. Terwijl ik met een handje vol eten en een fles cola plaatsneem aan tafel luister ik mee met hun gesprek. Ze praten Duits en hebben het over hoe laat de bus komt. Dat als ze nu doorgaan ze pas rond 23:00 uur zullen finishen. Ze vormen een zwart gat dat alle positiviteit uit deze tent zuigt. Meine Güte.

Voor heel even denk ik aan een comfortabele busreis naar Kaprun en dat klinkt best lekker… Ik ga mijn gepoogde binnenkomst van 18:00 uur ook zeker niet meer redden. Gelukkig besef ik direct dat mijn brein in het zwarte gat wordt gezogen. “Normaal doen, gast!” zeg ik bijna hardop tegen mezelf. Ik wil weg van deze begrafenis, maar ik moet me nog wel even oplappen voor de volgende 20 kilometer. Terwijl ik dat doe maak ik oogcontact met een Duitser die ook net binnen is. Hij kijkt scherp uit zijn ogen, kauwt stevig op een banaan en schenkt nog wat drinken in. We wisselen wat woorden en smeren allebei wat zonnebrandcrème op ons gezicht. “Good luck, man! See you out there or at the next aid station!”. Deze interactie en energie doen me goed. Uiteindelijk blijkt deze post niet alleen een kantelpunt te zijn voor mijn moraal, ook mijn maag werkt weer mee.

Nog 40 kilometer te gaan.

Aan mijn gezicht is af te lezen dat ik zojuist het zwarte gat achter me heb gelaten.

Een technische afdaling op weg naar de laatste verzorgingspost.

Een blije robot

Na Glocknerhaus vind ik snel een ritme waarmee ik prima de berg op kom. Kleine stapjes, borst vooruit, schouders ontspannen. Ondanks het slaapgebrek en de reeds afgelegde 70 kilometer voelen m’n benen steeds fitter en wordt het mentaal steeds makkelijker. Ik kom zonder problemen aan bij de post op 95 kilometer waar ik me opmaak voor de laatste klim en afdaling naar Kaprun.

Ik scan al zo’n 20 uur lang met volle focus het pad dat voor me ligt zodat ik elke voetstap goed kan plaatsen. Voeg daar het ritmisch getik van m’n stokken aan toe en ik kom langzaam in een trance. Ik weet precies wat ik moet doen; elke voetstap goed plaatsen, blijven bewegen, blijven eten en de route blijven volgen. Dat gaat na 20 uur volautomatisch. Ik lijk steeds meer op een robot. Een simpele, blije robot die opweg is naar de finish.

Om de robot aan te sturen zal er vast een klein stukje van mijn brein hard en rationeel aan het werk zijn. Dit stukje brein zit als ware in de bestuurdersstoel en levert goed werk want ik ben extreem gefocust. De rest van mijn brein zit op de achterbank uit het raam te staren en neemt een loopje met de werkelijkheid. Hierdoor verandert langzaam mijn interpretatie van het moment waarin ik ben.

Dit komt mooi tot uiting in de laatste afdaling. Het is een steil pad waar een dikke laag modder op ligt. Het is een uitdaging om niet uit te glijden. Het stukje brein in de bestuurdersstoel doet wat het moet doen: het vinden van boomwortels en vaste keien in de modder. Het gaat me goed af, maar mijn focus is dermate verschoven naar die wortels en keien dat ik het als een spel ga zien. Ik denk dat iemand deze helling speciaal heeft aangelegd zodat wij de keien en wortels moeten vinden. Ik besef dus niet meer dat ik in een race zit en van A naar B moet komen. Gelukkig ben ik goed in het spel, dus ik glij geen enkele keer uit. Pas als het pad weer moddervrij is realiseer ik me dat niemand dit modderpad heeft aangelegd en kom ik weer bij de realiteit. Volgens mij was ik bezig met een race?

Zoals sommige mensen een tweede maag hebben voor het toetje, heb ik een reserve vaatje energie voor de eindsprint. Daardoor haal ik tegen het einde nog een aantal mensen in en wens ik ze tegelijkertijd natuurlijk veel plezier met het laatste stukje toe. Een enkeling kan dat niet waarderen omdat hij staat te braken, maar dat zag ik te laat. Het is immers alweer donker geworden.

Als de kerktoren van Kaprun in zicht komt wijst het een tijd aan van iets over 21:00 uur. Omdat het deelnemersveld erg uitgedund is ben ik voor de toeschouwers in Kaprun dat ene nieuwe lichtpuntje dat in de verte opdoemt. Terwijl ik dichterbij de finish kom beginnen de toeschouwers fel op de borden te slaan. Ik kan haast niet geloven dat dit onthaal voor mij is. De laatste meters zijn euforisch. Ik geef de commentator een high five en vertel hem met grote ogen van verbazing “I did it!”.

Na 23 uur en 17 minuten finish ik als 34e van in totaal 215 starters. Ik denk dat ik nog nooit eerder een etmaal zo geleefd heb. Zowel fysiek als mentaal was dit een achtbaan van jewelste. Een ritje waar ik nog wel even van kan nagenieten.

🙌


Reacties


Gijs


2022-09-21 14:19:43


Gruwelijke baas! Wat een mega prestatie - tof om te lezen ook..

Jan en Monique


2022-09-21 22:13:21


Weer een mooi verhaal van geweldige prestatie. Topper!

Sander


2022-09-26 06:40:47


Klasse Tom! Goed gedaan, mooi verhaal. Wel iets anders dan frietjes steken in Bladel

Jan Loots


2023-11-16 11:28:55


Whauwww wat gaaf. Ik was er ook en heb voor het eerst een mountaintrailtje (16km) KST15 gedaan en dat vond ik al best zwaar haha.
Diepe buiging!!!
Ik aankoemnde zomer de GWT37 / das wel mijn max denk ik.


Nieuwsbrief


Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang verse verhalen in je inbox


Verhalen


2025

2024

2023

2022

2021