Grossglockner Ultra Trail


Gepubliceerd op 23-08-2021.

In 2019 liep ik met een aantal vrienden mijn eerste trail races. Deze waren ruim 30 kilometer lang en vonden plaats in de Franse Vogezen en Belgische Ardennen. Het waren mooie avonturen en ik beeldde me in dat ze alleen maar mooier worden naarmate de afstand toeneemt. Het kriebelde dus al snel om de uitdaging in de afstand te zoeken. Hoe ver ik kan gaan zonder dat de lol er vanaf gaat?

Dat mensen ver kunnen gaan is inmiddels bekend. Gevestigde races in deze niche zijn de UTMB, Western States en Hardrock en die zijn rond de 100 mijl of 160 kilometer lang. Het internet staat vol met prachtige documentaires over deze races, waardoor je al snel gewend raakt aan het idee dat dit soort afstanden voor een mens haalbaar zijn. Toen ik me inschreef voor de Grossglockner Ultra Trail in Kaprun (84 kilometer met 5000 hoogtemeters) had ik echter nog nooit een afstand langer dan de marathon gelopen. Maar de documentaires hadden me dus wel een goede dosis zelfvertrouwen gegeven.

Helaas ging de race in 2020 niet door en moest dit grote avontuur een jaar langer wachten. Toen mijn vrienden en ik voor 2021 niet de Grossglockner maar de Matterhorn Ultraks op de agenda zetten, besloot ik dat ik in het ergste geval in mijn eentje naar Kaprun zou gaan. De langste afstand tijdens de Matterhorn Ultraks is namelijk ‘slechts’ 49 kilometer. Dat is nog steeds lang, maar ik was inmiddels zo gefocussed op de 84 kilometer dat ik die niet meer uit mijn hoofd kreeg.

Trail du Grand Ballon in de Vogezen. Onze eerste echte race.

48 uur tot de race

Dus hier ben ik, in mijn eentje in Kaprun. Na een 12 uur durende treinreis vanuit Amsterdam geniet ik op het terras van een pizza prosciutto en een vers getapte Stiegl. Ik ben slechts van donderdagavond tot en met zondagochtend in Oostenrijk, maar toch voelt het direct als vakantie. Na een strakke voorbereiding van 5 maanden ben ik klaar voor de race die over 2 dagen (op zaterdag) plaatsvindt. Het enige waar ik me druk om maak zijn de weersvoorspellingen. Niet omdat ik geen zin heb in regen, maar omdat er onweer voorspeld wordt waardoor de organisatie er alsnog de stekker uit kan trekken. Zij hebben aangegeven om hier op vrijdag om 13:00 uitsluitsel over te geven, dus ik probeer het tot die tijd te negeren.

Na een nacht goed slapen sta ik op vrijdag op tijd op. Mijn doelen voor vandaag: eten, rugnummer ophalen en op tijd naar bed. Mijn wekker gaat morgen namelijk om 2:30 af. Ik breng de ochtend door op de Kitzsteinhorn, die op ruim 3000 meter hoogte ligt. Ik heb gewoon de lift omhoog gepakt, dus geen pre-race VK dit keer. Op de Kitzsteinhorn geniet ik van de uitzichten en eet ik een eerste bord pasta. Na een aantal uur op de berg te hebben rondgehangen slaat de klok eindelijk 13:00. Ik ververs de website van de race als een student die het cijfer voor zijn calculus herkansing wil weten of als een gabber bij de start van de kaartverkoop van Thunderdome. Om 13:15 verschijnt er eindelijk een PDF bestand met de race briefing. Ik heb mezelf voorbereid op slecht nieuws, dus ik ga er goed voor zitten. Gelukkig word ik verrast door goed nieuws: de race gaat door! Er zijn wel wat kanttekeningen. Zo gaat de 110 kilometer (die vanavond om 22:00 zou starten) niet door i.v.m. onweer. In plaats daarvan doen zij met de 84 kilometer mee die nu geen 100 maar 400 mensen aan de start heeft staan. Ook is het parcours door een omlegging verkort tot 80 kilometer en starten we ‘s ochtends niet om 5:00 maar om 4:00. Het is even schakelen, maar ik ben blij! Nóg een jaar wachten zou ik namelijk slecht trekken. Eindelijk gaan de 1600 trainingskilometers van de afgelopen 5 maanden zich uitbetalen. Terwijl het besef indaalt dat het écht gaat gebeuren, haal ik mijn rugnummer op en loop ik terug naar het hotel. Omdat ik op tijd naar bed wil bestel ik de volgende ronde pasta via de lokale thuisbezorgd website. Om het minimum bestelbedrag te halen voeg ik daar ook nog een lading friet bij. Daar heb ik nog nooit in m’n leven nee tegen gezegd. Mijn balkonnetje blijkt de perfecte plek voor dit culinaire tweegangendiner en om het feest compleet te maken trakteert Zeus me op een flinke dosis onweer. Het verbaast me hoe hard dat er hier aan toe gaat. Het hele balkon trilt er zelfs van. Logisch dat ze de 110 kilometer vanavond niet laten starten. Een kale bergpas is wel de laatste plek waar ik nu zou willen zijn. Onder het getik van de regen sluit ik om 19:00 de gordijnen en ga ik naar bed. De wekker is immers vervroegd naar 1:30.

Onderweg naar de Kitzsteinhorn, die zich rechts achter de kabels verschuilt.

Opweg naar de start

Sk-sk-sk-sk-ski unit!… In mijn hotelkamer klinkt de ultieme wekker voor als ik bang ben dat ik me ga verslapen: de SLBMG mixtape vol wintersportgerelateerde woordkunst. Ook dit keer doet deze wekker zijn werk. Het is midden in de nacht en ik ben klaar wakker. Het ontbijt bestaat vandaag uit Knoppers en een banaan. De race begint pas over twee uur, dus het breakfast for champions heeft genoeg tijd om te zakken. Als ik om 2:15 naar de bus loop die ons naar de start brengt hoor ik wat gegil. Het zijn feestende mensen in de kroegen die nog open zijn. Ik realiseer me hoe achterlijk vroeg het is, maar toch wil ik vandaag niet met ze ruilen. Ik ben fris en klaar voor een bizar groot avontuur. Een avontuur wat deze kroeggangers vandaag niet mee gaan maken.

Tot mijn plezier komen in de bus hitjes van Gigi D’agostino uit de speakers. Het lijkt alsof de chauffeur mijn Spotify playlist aan heeft gezet. Genieten dus! Eenmaal op de startlocatie weet ik geen raad met de resterende 30 minuten tot de start. Zoals bij elk hardloopevent zie ik mensen warm lopen, maar dat vind ik op een afstand als deze een verspilling van energie. Wat rekken en strekken dan? De spieren zijn koud en ik heb geen idee of het werkt. Ik buig voorover en probeer mijn tenen aan te raken, maar faal daarin en vind het wel weer mooi geweest. Als laatste optie ga ik maar piekeren over kleding. Korte mouwen? Lange mouwen? Jas aan of uit? Ik zie veel mensen die een t-shirt aangevuld hebben met armstukken. Precies dat ene kledingstuk wat ik niet heb. Ik laat me uiteindelijk niet gek maken en blijf bij het plan: starten in korte mouwen. Eenmaal in het startvak gaan vlak voor 4:00 de jassen uit en de hoofdlampjes aan. Er vormt zich een indrukwekkend beeld als ik achterom kijk. Dit zouden mensen tijdens GLOW in Eindhoven ook wel kunnen waarderen.

Enkele momenten voor de start.

De duisternis in

3!… 2!… 1!…” en we zijn los! Met lichte euforie rennen we de duisternis in. Na een vals platte 200 meter begint de eerste klim. Het is direct dringen op dit toch wel brede tractorspoor. Zo word ik een aantal keer afgesneden en wordt er op mijn stokken getrapt. Het lijkt alsof de positie die je nu inneemt leidend is voor je eindtijd, wat ik niet helemaal begrijp. Misschien stond ik toch te ver vooraan in het startvak. Gelukkig is na een minuut of 10 het ergste dringen voorbij en vormen we een mooi lint van lichtjes dat zich langzaam voortbeweegt door dit donker berggebied. Op een mooie alpenlandsalamander na zie ik weinig tot niets om mij heen. Wél hoor ik van alle kanten water, van een grote waterval in de verte tot kabbelend water ergens dichterbij. Het heeft flink geregend vannacht, dus het pad is op veel stukken omgetoverd tot een beekje. Natte sokken zijn onvermijdelijk, maar ik weet het gelukkig tot een minimum te beperken.

Langzaam begint het te schemeren en verschijnen de contouren van de bergen. Het schept voor het eerst een beeld van waar ik ben. Veel tijd om om me heen te kijken is er niet, want het pad heeft bij elke stap de volle aandacht nodig. Pas als ik boven op de bergpas aankom neem ik even de tijd om goed om me heen te kijken. Wauw! De morgenstond heeft vandaag een dikke lading goud in de mond.

Een lint van hoofdlampjes.

De contouren van de berg worden zichtbaar.

Uitzicht op de Weissee, waar ik zojuist langs ben gekomen.

Het (te) soepele middenstuk

De eerste 8 kilometer en 1000 hoogtemeters zitten er op als ik de eerste bergpas passeer en de lange afdaling naar Kals am Grossglockner inzet. Om mezelf niet stuk te staren op mijn horloge, meet ik mijn progressie niet in kilometers maar in het aantal gepasseerde bergpassen. Na deze eerste afdaling heb ik nog 3 bergpassen en dus 3 klimmen te gaan. Dat klinkt een stuk behapbaarder dan 72 kilometer.

De afdaling begint met een steil en technisch stuk dat snel en behendig voetenwerk vereist. Het is makkelijk om grip verliezen door alle losse stenen die hier liggen, dus de stokken komen ook in de afdaling goed van pas. Na een aantal kilometer wordt de afdaling gelukkig glooiend en kan er lekker gerend worden. De stokken berg ik dan ook op. We passeren wat houten bruggetjes en af en toe wat koeien. Ook staat de berm in volle bloei. Omdat ik me mee laat slepen door de zwaartekracht liggen het tempo en helaas ook mijn hartslag vrij hoog, maar het gaat soepel en het schiet het lekker op zo. Als excuus vertel ik mezelf dat afremmen ten koste gaat van mijn knieën en bovenbenen.

Eenmaal in Kals zit ik op 23 kilometer en loop ik de verzorgingspost binnen. Het is een omgetoverde biertent en daar ruikt het nog lekker naar. Op de cantusbanken zitten een aantal deelnemers rustig een bordje pasta naar binnen te werken. Het is vlak na 7:00 en we zijn voor mijn idee pas net onderweg, dus ik probeer mijn tijd bij deze stop tot een minimum te beperken. In plaats van pasta ga ik voor wat cola, stukken watermeloen en een banaan. Ik check hoe ik er fysiek voorsta en concludeer dat ik te snel van start ben gegaan. Ik heb nog 3 bergpassen te gaan en heb mezelf tot nu toe op geen enkel moment ingehouden. Dat tempo ga ik niet de hele dag volhouden, dus ik neem voor om tranquilo aan de tweede en tevens langste klim te beginnen.

De tweede klim begint rustig en ik kan mijn eigen tempo lopen. Dit zou ik natuurlijk altijd moeten kunnen, maar eenmaal in een treintje van mensen ga ik mezelf toch vaak aanpassen aan de snelheid van dit treintje. Vaak ligt het tempo dan iets hoger dan op de lange duur goed voor me is. Inmiddels breekt de zon op sommige stukken door, maar helaas blijft de top van de grossglockner verscholen achter de wolken. Na 1350 hoogtemeters kom ik op de bergpas aan. Hier ligt de Glorer Hütte waar wederom een mooi buffet is opgezet. De temperatuur ligt er een stuk lager. Ook trekt de wind aan en verdwijnt de zon achter een dikke laag mist. Na snel wat te hebben gegeten en gedronken trek ik mijn regenjas aan en ren ik de mist in. Mijn handen zijn dusdanig afgekoeld dat ik zelfs het liefst mijn handschoenen aan doe, maar die zitten samen met ander verplicht materiaal in een vacuümzak weggestopt in mijn rugzak. Laat maar zitten dus.

Halverwege de afdaling houdt de mist op en laat de zon zich weer zien. De afdaling is relatief kort, dus ik moet weer snel omschakelen naar klimmen. Dit stuk van de route is gister nog aangepast en ik weet niet goed wat er nu komt. Terwijl het zweet van mijn neus druipt verschijnt er een prachtig turquoise stuwmeer. Ik begin aardig moe te worden, dus besluit in het gras te gaan zitten om wat te eten terwijl ik van het uitzicht geniet. Het is namelijk alweer 1 uur en 40 minuten geleden dat ik bij de Glorer Hütte voor het laatst gegeten heb. Na vijf minuten pak ik de draad weer op en ga richting de stuwdam. Op de dam zit ik er even goed doorheen. Ik slenter er als een hoopje ellende overheen, hopende dat het eten me snel opbeurt. Ik kijk op mijn horloge en zie dat ik inmiddels voorbij de 40 kilometer ben. Het ging de afgelopen uren zo soepel dat ik te snel door mijn brandstof heen ben gegaan en dat ik te weinig gegeten heb. Het ging wellicht iets te soepel.

Glooiend stuk tijdens de eerste afdaling.

In de koude mist tijdens de tweede afdaling.

Uitzicht op de stuwmeren, waar ik wat at.

Slip ‘n slide

Vlak na de stuwdam ligt op 2100 meter hoogte het Glocknerhaus. Hier is weer een post ingericht. Na wat extra snacks en cola vervolg ik de klim naar bergpas nummer drie die op 2650 meter hoogte ligt. Daarmee is het de laatste hoge pas, want de vierde ligt slechts op 1500 meter. Ik begin me gelukkig weer wat beter te voelen en vind een goed tempo. Langzaam zakt de temperatuur en trekt de mist voor me over het pad heen. Om de kou voor te zijn trek ik alvast mijn regenjas aan, want de mist lijkt inmiddels wel erg dicht te worden. Niet veel later voel ik een druppel water op mijn vinger vallen. Ik hou mijn hand op en kijk om me heen maar zie of voel geen regen. Toch valt er iets later weer een druppel op mijn vinger. Hè? Ik kijk naar mijn hand en realiseer me dat dit geen regen is, maar zweet dat uit de mouw van mijn regenjas drupt. Kut. Snel uit dat ding. De mist is ook al lang weggetrokken. Ik trek mijn jas binnenstebuiten en knoop het om mijn middel zodat de binnenkant kan drogen. Het zijn dit soort kleine ongemakken die ik vooraf niet had kunnen bedenken.

Eenmaal op de bergpas ontvouwt zich de vallei waardoor de 20 kilometer lange afdaling loopt. Het eerste deel is bedekt met een laag sneeuw waar zo op het eerste gezicht niemand raad mee weet. Je ziet mensen aarzelend naar elkaar kijken en afvragen hoe we dit in godsnaam gaan doen. Het zijn een stel bambi’s op ijs. Terwijl ik de kat uit de boom kijk gaat de eerste het op zijn billen proberen. Hij lijkt er aardig wat lol in te hebben, maar ik vraag me af of hij de keien heeft gezien die af en toe in de sneeuw liggen… Uiteindelijk besluit ik om de meute links te laten liggen. Letterlijk, want rechts van het kapot gelopen pad bevat het sneeuwveld veel meer reliëf waardoor ik niet meer wegglij. Dit gaat goed totdat de sneeuw overgaat in een steile helling die bedekt is met dikke papperige modder. Het is niet van die fijne klei die we in Nederland kennen, maar fijngemalen gruis van alle rotsen hier. Het glinstert dus ook. Stap voor stap ga ik zijwaarts naar beneden en ik gebruik de stokken om mezelf te stabiliseren. Wat ik nog niet door heb, is dat de modder op een laag sneeuw ligt. Uiteindelijk kom ik hier op de harde manier achter als ik met twee voeten wegglij en op mijn zij door de modder naar beneden glij. Hiermee breng ik een mooie glinsterende coating van modder aan op de binnenkant van mijn regenjas, want die hing nog om mijn middel. Hopelijk blijft het droog!

Vlak voor de hoogste bergpas.

Bambi's op ijs.

De man met de hamer

Na 1000 verticale meters afdalen zit het steilste deel erop en kom ik in de groene vallei aan. Nu begint het stuk van 16 glooiende kilometers wat ik lekker kan rennen. Op dat moment merk ik dat het helemaal niet zo soepel meer gaat als dat ik hoopte. Sterker nog, ik kan niks meer. Ik ben helemaal leeg. Ik realiseer me nu pas hoe ver de finish nog is en dat ik het met deze benen niet snel ga halen. Hoe kan dit zo plots? Het ging toch zo lekker net? Het antwoord komt snel bovendrijven. Glocknerhaus ligt alweer twee uur achter me en dat betekent dat ik twee uur niet gegeten heb. De tijd vliegt en dat blijkt een probleem te zijn.

De gesuikerde blokjes ananas en bananenchips gaan er met moeite in. Het was de afgelopen maanden de perfecte voeding voor lange trainingen, maar ik ben ze inmiddels beu en dat werkt niet mee. Na deze geweldige lunch schroef ik het tempo op en ga over tot joggen. Maar helaas, het is te vroeg. Mijn maag heeft er nog even geen zin in. Ik kijk op mijn horloge en geef mezelf vijf minuten om het eten al wandelend te laten zakken. In deze vijf minuten komen de bambi's van de afdaling voorbij. Die gasten die ik zojuist nog als een jekko voorbij vloog zullen nu wel lachen. Inmiddels boeit het me gelukkig allemaal niet meer.

Na vijf minuten begin ik weer met rennen. Dit gaat welgeteld één minuut goed. Dan maken we er toch een interval sessie van? Eén minuut rennen, één minuut wandelen. Wonderbaarlijk genoeg kom ik hierdoor langzaam terug in de wedstrijd. Het is mooi fenomeen: herstellen tijdens de race. De man met de hamer tegenkomen om hem vervolgens weer zien te vertrekken. Het schept goede moed voor de laatste 25 kilometer.

Gelukkig kon ik nog lachen voor de foto.

Dood of de gladiolen

Eindelijk, de laatste klim. Van 850 naar 1500 meter hoogte, om vervolgens af te dalen naar Kaprun. De zon schijnt nog steeds als een malle en er is weinig schaduw. Ik zit inmiddels diep in mijn reserves en schuifel met een conservatief tempo de berg op. Gelukkig ben ik niet de enige. Iedereen zit er flink doorheen hier, ongeacht de afstand die je loopt. Zo lopen er ook deelnemers van de 55 kilometer die vanochtend om 7:00 in Kals startten. Als ik het bos uit kom en een tractorspoor oversteek, zie ik een man in foetushouding tegen de helling liggen. “Are you ok? Do you need anything?” vraag ik. Zijn antwoord luidt: “Mein Magen.. Mein Magen...”. Zouden we dit ook tactisch brokken kunnen noemen? Het geeft in ieder geval aan dat alles relatief is, zo ook het lijden op deze berg en dat doet me goed.

Ondanks dat dit de kortste klim is, komt er maar geen eind aan. Als je verwacht dat het niet lang meer duurt, valt het elke keer tegen wanneer je ziet dat het pad nóg verder omhoog loopt. De lol is er inmiddels wel vanaf. Voor een buitenstaander zien we eruit als een ellendig collectief wat met de kin op de borst kleine stapjes omhoog zet. We zijn een stel individuen die hetzelfde doel nastreven: de finish halen. Want ondanks dat we ons van elkaar bewust zijn, doen we het allemaal op onze eigen manier en in onze eigen wereld. Er is niemand die ook maar iets zegt. Dit komt perfect tot uiting zodra we een bak met vers bergwater passeren. Het komt als geroepen op deze warme helling, dus we schuiven daar één voor één aan. De een stopt zijn hoofd in het water en de ander dompelt zijn pet erin onder. Ik was er mijn handen en gezicht en vul mijn flesjes bij het stroompje water wat in de bak valt. Dit allemaal zonder ook maar een woord te wisselen.

Eindelijk, het einde van de klim! Het doet me goed en ik wissel weer eens wat woorden met iemand. Of ja, één woord eigenlijk: “finally”. Waar de laatste klim alle restjes kracht uit mijn benen kneep, zijn het de voeten die beginnen te zeuren tijdens de afdaling. Die hebben de afgelopen 13 uur goed hun best gedaan op dit ruwe terrein en dat laten ze nu merken. Gelukkig is de afdaling niet heel steil en kan ik middels de voorvoet landing de impact op mijn voeten en benen beperken. Als het dal van Kaprun in zicht komt valt me ook op hoe donker de lucht is die daarboven hangt. Gaat het dus toch nog regenen vandaag. Niet veel later begint het met druppelen en trek ik mijn regenjas aan. Op het moment dat ik mijn armen in de mouwen steek voel ik de opgedroogde modder van de glijpartij over mijn klamme huid schuren. Het is net als de steentjes in mijn schoenen; het maakt allemaal niet meer uit.

Zoals ik graag doe zet ik in de laatste anderhalve kilometer de eindsprint in. Blijkbaar maakt het niet uit of een race 30 of 80 kilometer lang is, er is altijd ruimte voor een eindsprint. Omdat het regent zijn de enige mensen die ik in Kaprun tegenkom de verkeersregelaars van de race. Het gebrek aan mensen op straat wordt goedgemaakt door een donkere voetgangerstunnel vlak voor de finish. Het staat vol juichende mensen en het geluid galmt hier extra mooi. Het is geen laf applaus! Met een brede lach op mijn gezicht ren ik door deze tunnel heen. Als ik de tunnel uitkom klinkt een harde donderslag. “Epische finish!” denk ik terwijl ik de finish zo’n 150 meter verder zie liggen. Dan slaat een harde windvlaag alle opblaasbare finishbogen neer. Het is direct totale chaos. Ik ben niet meer de enige die aan het rennen is, want de organisatie rent achter de omgewaaide bogen aan en de toeschouwers zoeken dekking. Omdat de ingang van de finishstraat geblokkeerd is door die bogen ren ik er omheen en spring ik over de dranghekken. Ik moet namelijk over de matten lopen om mijn eindtijd te registreren. Als ik over de finishlijn loop hoor ik iemand over de speakers iets met “Antonius” zeggen. Gelukkig heeft er nog iemand door dat ik hier de race van mijn leven afsluit, want werkelijk iedereen is bezig met de storm die zijn intrede doet. Tien meter na de finish krijg ik een medaille van de 55 kilometer omgehangen en stort de partytent waar we onder staan in. Ik laat die medaille even voor wat het is en ren naar een overdekt podium om te schuilen. Het valt inmiddels met bakken uit de lucht en het plafond is dermate hoog dat je eigenlijk nergens veilig staat voor de slagregen. Een geluidsman die zijn apparatuur probeert te redden verzoekt me om naar een andere tent te gaan. Alsof 80 kilometer nog niet genoeg was ren ik vol gas naar de tent van Dynafit. Dit is de hoofdsponsor van het event en zij hebben een mooie lounge op het finishterrein staan. Als een hoopje ellende neem ik plaats op een lege barkruk. Ik ben zeiknat en volledig buiten adem van de zojuist getrokken eindsprint. Ik leun met mijn kin op mijn stokken en staar voor zo’n 10 minuten voor me uit. Daarna verwissel ik de Dynafit lounge voor de eettent. Hier kan ik een bord pasta, wat snacks en een drankje krijgen. Ik strijk met mijn dienblad neer op een cantusbank. Je zou het niet verwachten, maar ik doe er een vol uur over om het dienblad leeg te eten. Alles doet zeer, alles is nat, alles wordt koud. Nu komt de vacuümzak met lange reservekleding toch nog van pas. Al bibberend zie ik op mijn telefoon de eerste felicitaties binnendruppelen en daarmee komt ook het eerste besef dat het gelukt is. Holy shit, wat is er allemaal gebeurd vandaag? Het is op dit moment nog moeilijk te bevatten, maar wat was het vet zeg!

The aftermath.

Ik eindigde uiteindelijk als 106e in 14 uur en 1 minuut. In totaal startten er 314 deelnemers (dat is minder dan dat er ingeschreven stonden) en finishten er 278.

Dus, tot welke afstand is het leuk?

Direct na de finish had ik er zo mijn twijfels bij. Zou ik dit nog een keer willen doen? Nu, 3 weken later, heeft de fysieke pijn plaatsgemaakt voor de onbeschrijfelijke avonturen van deze 14 uur durende race en kijk ik terug op een geweldige dag. Ik heb hierboven een poging gedaan om het te beschrijven, maar het echte gevoel wat ik tijdens de race had (en vooral in de 2e helft) laat zich moeilijk in woorden vatten. Er waren een paar momenten waarin ik me afvroeg waarom ik dit doe en waarom ik dit ooit een goed idee vond. Dat hoort er denk ik bij, maar het maakt een langere race niet appetijtelijk. Terugblikkend voelen 14 uur en 5000 hoogtemeters als de limiet voor mijn huidige conditie. Hierbij hoorde een afstand van 80 kilometer. Hoe zal een race van 100 kilometer zijn, als die slechts de helft van de hoogtemeters bevat en ik daar ook 14 uur over doe? Die vraag hoop ik snel te beantwoorden, want inmiddels heb ik me ingeschreven voor de Leki Grizzly 100: een race van 100 kilometer door het grensgebied tussen Maastricht en het Drielandenpunt. Op naar de volgende!



Reacties


Rick C.


2021-08-29 01:53:52


Congratulations Tom! An epic journey completed, and a great story! Hope to see you next year at the Western States!

Jan en Monique


2021-08-29 12:51:53


Wauw Tom, wat een prestatie en wat prachtig geschreven. Een mooie trail in een prachtig gebied. Op naar de volgende kanjer 👍🏻

Jordan Dorlijn


2021-09-05 22:17:30


Daar neem ik mijn pet voor af (Y). Lekker gedaan man.

Ruairidh Battleday


2021-09-09 08:40:15


Heroic, Antonius Avontuur. Strength and honour.


Nieuwsbrief


Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang verse verhalen in je inbox


Verhalen


2025

2024

2023

2022

2021