Pirin Ultra 160 km


Gepubliceerd op 27-02-2023.

Dit avontuur start in Bansko, een gezellig dorp aan de voet van het Bulgaarse Pirin gebergte. Op mijn rugnummer staat het hoogteprofiel van een 160 kilometer lange route die 11.000 hoogtemeters bevat. Deze getallen komen overeen met grote races zoals de UTMB, al staan er in Bansko geen duizenden maar slechts 70 dwazen aan de start. De kleinschaligheid trekt me, maar het betekent ook dat er weinig informatie over de race te vinden is. Zo heb ik vooraf geen goed beeld van het terrein en het eten wat bij de checkpoints geserveerd wordt.

Tijdens de race briefing werd in ieder geval duidelijk dat we onze borst nat kunnen maken:

  • ‘s Nachts daalt de gevoelstemperatuur tot -12 graden celcius
  • Van 45 tot 55 kilometer is uiterst riskant. Ben daar vóór zonsondergang doorheen om navigatiefouten en ongelukken te voorkomen
  • Helikopters mogen niet over het Pirin gebergte vliegen i.v.m. de UNESCO erfgoed status; een eventuele redding zal per voet en auto moeten gebeuren
  • Kijk uit voor wilde dieren. Met name voor honden, maar ook voor beren en wolven

Vrijdag 7:29 uur - Een half uurtje voor de start.

Kilometer 0 tot 40 - Kennismaken met Pirin’s ware aard

We starten op een koude vrijdagochtend in het einde van September. Als we Bansko uitrennen hebben we Pirin’s marmeren bergtoppen direct in ons vizier. Omdat er nog 11.000 hoogtemeters op me wachten besluit ik al vroeg om over te schakelen op wandelen. Ik mik op een rustige eerste dag om zo de nacht en tweede dag enigszins goed door te komen. Mijn streven is om op zaterdagavond (dag 2) te finishen. Het liefst vóór middernacht, wat neer komt op een eindtijd van onder de 40 uur.

De eerste klim verloopt zonder problemen. We lopen over slingerende paden door dicht begroeide dennenbossen. De herfst heeft hier al een flinke lading paddestoelen uit de grond gedrukt. Af en toe lopen we over een skipiste. Een blauwe, vermoed ik. Als we op 2600 meter hoogte de eerste bergpas passeren ontvouwt zich het klassieke beeld van het Pirin gebergte; meertjes omringd door marmeren bergen met daarop lappen gras en struiken. Het pad waarover we klommen krult op de bergkam af naar rechts en loopt door tot Pirin’s hoogste piek genaamd Vihren (2914 meter). Wij gaan die top niet bezoeken, dus we verlaten het pad en dalen af naar het bergmeer wat voor ons ligt. De routemarkering bestaande uit oranje vlaggetjes vormt een rechte lijn naar beneden door een terrein van stenen en hompen gras. Terwijl ik de optimale lijn probeer te vinden moet ik bij elke voetstap voorkomen dat mijn enkel zich dubbel vouwt. Een afdaling als deze is niet de beloning waar je na een klim van 1700 hoogtemeters op hoopt.

Zodra we onder de boomgrens duiken bevinden we ons weer op een met dennennaalden bezaaid pad. Hemels! Na een paar kilometer komen we aan bij checkpoint 2 (CP2) waar mijn drop-bag ligt. Dit is een dichtgeknoopte Albert Heijn tas met daarin extra voeding. Omdat ik vooraf niet wist wat de checkpoints ons voor zouden schotelen heb ik uit voorzorg in totaal +/- 40 repen, 40 gelletjes en een lading bruistabletten verdeeld over m’n rugzak en de drop-bag. Dit staat gelijk aan het aantal koolhydraten dat mijn lichaam in 40 uur op kan nemen. Of dit een goed voedselpakket is moet nog blijken.

CP2 ligt op kilometer 26, dus veel tijd om mezelf op te lappen heb ik niet nodig. Tijd om weer te klimmen. Na een stukje zandweg laat de tweede klim de ware aard van het Pirin gebergte zien; ondanks dat er wandelroutes op de kaart staan is het daadwerkelijke pad erg ruw of overgroeid, als er überhaupt sprake is van een pad. De struiken op de overgroeide paden voelen als een wasstraat waar ik soms gebukt als quasimodo doorheen worstel.

Boven de boomgrens is er geen sprake van een pad en navigeren we zelf van vlaggetje naar vlaggetje. Vaak denk ik dat het strak volgen van de vlaggetjes het optimale pad oplevert maar niets is minder waar. Het levert vaak een onnodige reuzenslalom op. Het voortdurend zoeken naar de optimale route zorgt ervoor dat ik mijn draai maar niet kan vinden. Desalniettemin kom ik vrij vlot op bergpas nummer twee aan, die net als de eerste tussen de 2600 en 2700 meter hoog is.

Vrijdag 10:22 uur - Het laatste stuk van klim 1.

Vrijdag 10:46 uur - Het klassieke beeld van Pirin, inclusief padloze afdaling.

Vrijdag 14:44 uur - Op de bergkam na klim nummer 2.

Vrijdag 14:52 uur - Een afdaling door ruw terrein vlak na klim 2.

Vrijdag +/- 15:15 uur - Afdaling vlak na klim 2.

Kilometer 40 tot 60 - De riskante bergkam

Met twee bergpassen achter me maak ik me bij een hut genaamd Javorov (CP3) op voor het meest riskante stuk van de race; een 10 kilometer lange bergkam die eindigt op Pirin Peak (2554 meter). Hier moet ik voor het donker doorheen zien te komen, aldus de organisatie. De zon staat hoog genoeg aan de hemel dat ik het haalbaar acht.

Eenmaal op de bergkam ontvouwt zich een uitgestrekte hellende heide van gras, struiken en keien. Het navigeren door de struiken wordt af en toe onmogelijk gemaakt door verstopte vlaggetjes waardoor ik geen idee heb waar ik heen moet. Gedurende deze kilometers draait de loper voor me zich een aantal keer om en roept met vraagtekens in zijn ogen ‘do you see the next flag!?’.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat dit parcours elke milliseconde m’n aandacht opeist. Hier moet je niet alleen fysiek maar ook mentaal op voorbereid zijn. Dat laatste ben ik tot dusver niet. Ik vind het frustrerend om continue het pad te moeten zoeken, om midden in de struiken te concluderen dat ik fout zit en vervolgens mijn enkel dubbel te vouwen op een steen die zich onder de struiken schuil houdt. Zelfs los van de matige routemarkering had de organisatie gelijk; deze bergkam is geen makkelijke opgave.

Rond half 8 kom ik aan op Pirin Peak. De zon is net onder en dat levert een mooi plaatje op. Terwijl ik dat in me opneem zet ik mijn hoofdlamp aan en maak ik me klaar voor een uitdagende afdaling. Het navigeren van vlaggetje naar vlaggetje gaat door, maar nu over een zee van grote rotsblokken. Op handen en voeten vind ik mijn weg naar beneden. Heel soepeltjes gaat dat niet. Het is pikkendonker als ik me weer in een bos bevind en er eindelijk weer gerend kan worden.

Vrijdag 18:21 uur - Op de bergrug.

Vrijdag 18:34 uur - Bosjesmannen.

Vrijdag 18:34 uur - Door de struiken met Pirin Peak in het vizier.

Vrijdag 19:16 uur - Zonsondergang.

Vrijdag 19:25 uur - Zonsondergang, terugkijkend op waar we vandaan komen.

Vrijdag 19:34 uur - Pirin Peak.

Kilometer 60 tot 105 - Een heldere nacht

Het is 21:45 uur en ik ben blij. Blij dat ik van de bergkam af ben. Blij dat er een glooiend stuk van 25 kilometer voor me ligt. Maar vooral blij om eerst nog even CP4 te bezoeken. Dit checkpoint ligt verscholen achter een kluitje scheef gemetselde ruïnes waarvan ik me afvraag of ze nog bewoond zijn. Een verborgen trapje naar beneden leidt naar een oase van warmte en goede sferen. Dit checkpoint is ingericht in een spartaanse overkapping met daaronder een lange tafel gemaakt van boomstammen. Aan de kop knispert een haardvuur.

Bij binnenkomst word ik begroet door Pirin Galov. Een man met lang krullend haar tot op zijn schouders en een vriendelijk gezicht. Een berggeit pur sang, al heeft hij meer weg van een leeuw. Ik voel me direct op mijn gemak. Pirin Galov is een Bulgaarse ultraloper met een zeer indrukwekkend hardloop CV. Hij bemant CP4 en weet als geen ander wat een verloren ziel als ik op dit moment nodig heeft. Terwijl ik naast het haardvuur neerstrijk wordt er een bakje thee voor me gezet en worden mijn flesjes water bijgevuld. Een vijfsterren service.

De sfeer en warme persoonlijkheden van het handjevol mensen om me heen maken dit soort momenten speciaal. Ik bevind me ver van de bewoonde wereld in een onherbergzaam, koud en pikkendonker gebergte. Ik ben alleen, maar ontmoet onderweg vriendelijke Grieken, Bulgaren, Noord Macedoniërs en Polen. We kennen elkaar niet maar toch ook weer wel. We zijn gelijkgestemden die op elkaar aangewezen zijn en dat schept een gevoel van saamhorigheid.

De volgende 25 kilometer leggen we af over slingerende zandweggetjes met matige hellingspercentages. Deze wegen lopen door de dichtbegroeide dennenbossen van Pirin. Het is pikkendonker en er hangt een goed gevulde sterrenhemel boven mijn hoofd. Reden genoeg om af en toe even stil te staan, de hoofdlamp uit te zetten en recht omhoog te kijken.

Op een kilometer of 70 raak ik aan de praat met twee lopers waaronder Zikica uit Noord-Macedonië. We slaan de handen ineen en rennen samen naar CP5 op 85 kilometer. Dit is de post waar mijn Albert Heijn tas met eten ligt. Ik vul zo snel mogelijk mijn proviand aan, eet en drink wat en zet de race weer voort. Zikica en zijn maat nemen wat meer rust, dus ik verlaat CP5 helaas zonder hen maar ik verwacht dat ze me snel in zullen halen.

Tegen die verwachting in breng ik van 2:00 uur ‘s nachts tot 7:30 ‘s ochtends in mijn eentje door. Ik ben verrassend scherp en wakker, al weet ik uit voorgaande races dat adrenaline en de ijzige kou een flinke duit in het zakje doen. In tegenstelling tot de vervelende struiken op de bergkam is dit deel goed te doen. Het terrein is ruw, maar de te volgen route spreekt voor zich en is er vaak sprake van een belopen pad. Op 100 kilometer ligt zelfs een lapje asfalt wanneer we - op Bansko na - door het enige stukje bewoonde wereld van dit parcours lopen.

Rond 7:30 ‘s ochtends is de zon opgekomen en loop ik CP6 binnen. In tegenstelling tot de vorige checkpoints is het in deze hut genaamd Begovitsa koud. Steenkoud. Ik neem plaats in een grote eetzaal waar ik wederom aan de thee met honing ga. Het doel is om een normaal ochtendritueel uit te voeren: goed ontbijten en tanden poetsen. Helaas koelt mijn lichaam snel af waardoor ik hevig begin te rillen. Mijn lichaam verstijft, verzuurt en verkrampt. Ik heb nooit geweten dat deze cocktail van kwaaltjes tegelijkertijd op kan treden maar hier zit ik dan. Ik sla het tandenpoetsen over want het is tijd om weer in beweging te komen. Op dat moment komt Zikica binnen. Hij gaat op het bankje voor me liggen en doet even zijn ogen dicht. Hij neemt een rustmoment wat ik mezelf niet gun.

Vrijdag 21:50 uur - CP4 bij Pirin Galov.

Zaterdag 1:53 uur - CP5.

Zaterdag 6:08 uur - Een klein stukje bewoonde wereld. Soort van.

Zaterdag 7:40 uur - Zikica die zijn rustmomentje pakt in de koude eetzaal van CP6.

Kilometer 105 tot 130 - De slijtageslag

Na CP6 volgt een steile klim die m’n verstijfde en verkrampte benen een volgende klap uitdeelt. Een uur later haalt Zikica me in en wordt pijnlijk zichtbaar hoe langzaam ik ben. Voor mijn gevoel waggel ik als een pinguïn naar de top van deze berg, en dan heb ik het niet over Happy Feet. Tijdens de afdaling door een open vlakte doet de zwaartekracht zijn werk en lijken m’n benen de strijd nog enigszins aan te kunnen. Om niet nóg eens af te koelen spendeer ik slechts enkele minuten in CP7 (kilometer 115). Dat is genoeg om wat cola te drinken en bananen te eten.

Helaas begint na CP7 direct een nieuwe klim. Ondanks het vals platte begin, duren deze 10 kilometer en 1000 hoogtemeters een eeuwigheid. Ik krijg mijn benen nauwelijks meer opgetild. Voor het eerst krijg ik de gedachte dat dit niet meer gaat en dat ik misschien moet stoppen. Die gedachte is het startschot van een urenlang debat met mezelf. Van het willen stoppen en het voelen van de pijn in mijn benen, tot het inpraten van goede moed en een finish inbeelden. Dat riedeltje herhaalt zich eindeloos terwijl de pijn toeneemt en die finish er steeds minder toe doet.

De vraag ‘waarom doe ik dit nog?’ komt centraal te staan. Ik wilde avontuur en ik kreeg avontuur. Dat is iets wat zeker is. Ik doe dit echter ook voor mijn plezier en dat heb ik al een te lange tijd niet meer. Omdat je tussen twee checkpoints in niet bij de pakken neer kunt gaan zitten zie ik doorlopen tot CP8 voor nu als de enige optie. Eenmaal daar hoop ik dat ik de finishlijn kan ruiken waardoor ik de laatste (overwegend bergafwaartse) 30 kilometer aandurf.

Tussen mij en CP8 zitten drie bergpassen. De eerste kent vlak voor de pas een muur van een klim die ik na een lange strijd op kom. Tijdens het afdalen kom ik erachter dat dit stuk route samenvalt met de 66 kilometer race die op dat moment gaande is. De route van de 66 gaat rechtstreeks terug naar het lager gelegen Bansko, maar de route van de 160 slaat op een gegeven moment af naar rechts richting de tweede bergpas. Ik flirt met de gedachten via de route van 66 uit de race te stappen maar besluit rechtsaf te slaan.

Het is inmiddels 8 uur geleden dat ik verstijfd CP6 verliet. Om te schetsen hoe weinig ik op dit moment nog kan; ik kan met mijn dorstig lichaam niet meer bukken om mijn flesjes water bij te vullen in een riviertje. Ik kom er simpelweg niet meer bij.

Zaterdag 9:43 uur - Op de bergkam vlak na CP6.

Zaterdag 9:43 uur - Op de bergkam vlak na CP6.

Zaterdag 13:26 uur - Een muur van een klim.

‘Hey Dimitar, Antonius here’

Een paar honderd meter na de splitsing moet ik een rotspartij van slechts een meter of 2 op en dat lukt nauwelijks. De tredes zijn hoger dan dat ik mijn benen opgetild krijg. Eenmaal boven strompel ik met een zuur gezicht langs de rand van de rotspartij naar het volgende vlaggetje om er daar achter te komen dat er een mooi en hellend pad in de hoek verscholen lag. Dat steile klimmetje was overbodig. ‘Klote vlaggetjes!’

Ik breek.

‘C’est ça’.

Ik doe ik mijn racevest af en ga op een steen zitten. Mijn horloge geeft aan dat ik 130 kilometer en ruim 9000 hoogtemeters afgelegd heb. Dat is Mount Everest vanaf zeeniveau (plus een beetje) en dat doet me goed. Het is mooi geweest. Zittend op die steen aanvaard ik eindelijk dat het me fysiek niet meer gaat lukken. Ik heb geen reden om nog langer door deze pijngrens heen te duwen en mogelijk langdurige klachten aan mijn heupen over te houden. Blijkbaar moest ik mentaal breken om dit in te zien.

Om mezelf in de toekomst aan dit moment te herinneren neem ik een videoboodschap op. Ik wil niet dat ik later ergens onterecht spijt van krijg als de pijn is verdwenen en romantiserende gedachtes de overhand krijgen.

Na enkele momenten van bezinning bel ik Dimitar, de race director. ‘Hey Dimitar, Antonius Avontuur here, 726 quits.’ We spreken af dat ik bergafwaarts naar het eerstvolgende checkpoint van de 66 kilometer race loop en we vanaf daar verder zien. Ook bij dit CP word ik hartelijk ontvangen door de vrijwilligers. Het zijn wederom Bulgaarse ultralopers en ze brengen me bordjes met eten alsof deze kleinzoon eindelijk weer bij zijn oma op bezoek is. Een glaasje wijn sla ik nog even af.

In de knusse boshut brand een houtkachel waar ik tegenover ga zitten. In eerste instantie krijg ik te horen dat ik hier de nacht door zal brengen en pas in de ochtend met de vrijwilligers terug naar Bansko zal rijden. Maar dan komt ene Victor om de hoek zetten en biedt me een lift aan. Victor komt uit Bansko en moedigt vanaf dit checkpoint een 59-jarige Franse vriend aan die de 66 kilometer race loopt. Als de Fransoos het checkpoint gepasseerd is stap ik bij Victor in de auto, al is ‘stappen’ een groot woord. Ik plof op de bijrijdersstoel van zijn jeep en moet mijn benen in de auto tillen alsof ik vanaf mijn heup omlaag verlamd ben. Dat kunnen mijn benen niet meer op eigen kracht. Onderweg vertelt Victor mooie verhalen over zijn avonturen in het Pirin gebergte. Hij kent elke steen en elke kuil in deze onverharde weg en dus vlamt hij er als een rallycoureur overheen. Ik mag hem wel, die Victor.

Ondanks dat er voor het eerst ‘did not finish’ achter mijn naam staat kom ik met een rugzak vol mooie verhalen aan in Bansko, waar ik na 36 uur mijn vriendin weer zie. Terwijl we een pizza eten doe ik een eerste poging om het avontuur in woorden uit te drukken. Eén conclusie is snel getrokken; het zijn de vriendelijke gezichten die ik onderweg ontmoette die deze race tot een bijzonder mooie ervaring maken. Van Pirin Galov, Zikica en Victor tot de vele andere deelnemers en vrijwillgers wiens namen helaas niet zijn blijven plakken in mijn geheugen.

Hoe is het voor Zikica afgelopen? Hij heeft na een knappe 37 uur de finish bereikt! Twee weken na de race zoeken we hem op in zijn woonplaats in Noord Macedonië. Op een terrasje vertelt hij dat de Pirin Ultra geen instap race is voor de 100 mijl afstand. Met dat advies op zak stel ik een tweede poging voor de Pirin Ultra nog maar even uit. Voor nu blijft de tussenstand:

Pirin Ultra - Tom Avontuur: 1 - 0.

Zaterdag 17:39 uur - Onder een dekentje voor de houtkachel, wachtende op Victor.


Reacties


Jan en Monique


2023-02-28 19:25:10


Jeetje Tom, wat een mooi verhaal en wat een ervaring. Je hoeft je er niet voor te schamen dat je het niet uitgelopen hebt, want je bent een topper!
Groetjes, van ons XXX

Koen


2023-03-07 11:49:09


Mooi verhaal en klinkt als een geweldig Avontuur!

Bijwaard


2023-05-02 19:35:15


Top Tom!


Nieuwsbrief


Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang verse verhalen in je inbox


Verhalen


2025

2024

2023

2022

2021