Dead Marshes 210 km
Gepubliceerd op 12-11-2024.
Geen rugnummers, medailles, verzorgingsposten of toeschouwers. Gewoon, jij en de buitenwereld. Dag en nacht. Bewapend met proviand en een pinpas. Na een aantal jaar georganiseerde ultramarathons gelopen te hebben zijn dergelijke solitaire avonturen precies waar ik zin in heb. Ik ben dan ook blij als ik begin dit jaar op het volgende bericht stuit:
LOTR Slam 2025. No option to register. Prove yourself worthy in 2024.
Een dergelijke slam bestaat uit een aantal uitdagende afstanden (variërend van 160 tot 200+ kilometer) die men binnen een bepaald tijdsbestek en op eigen houtje af moet leggen. Op wat ruwe afstanden en cryptische omschrijvingen na wordt er weinig bekend gemaakt over de LOTR Slam. Wat wél duidelijk wordt, is dat prove yourself worthy betekent dat je tot en met 31 december 2024 de tijd hebt om een route van +/- 210 kilometer genaamd Dead Marshes af te leggen en het bewijs met de organisatie te delen. De route loopt door zowel België als Duitsland, bevat 5200 hoogtemeters en moet binnen een tijd van 48 uur afgelegd zijn. De naam Dead Marshes slaat op een moerasland uit Lord of the Rings (LOTR) en het decor van deze route is dan ook de Hoge Venen: een desolaat en uitgestrekt veengebied wat er net zo spookachtig uitziet als in de film.
Toch merk ik dat hoe langer ik over deze uitdaging nadenk, hoe meer ik twijfel. Het logistieke deel is een kwestie van plannen en puzzelen. Dat hoort bij de voorpret en daar kom ik wel uit. Maar, solo een nacht doorhalen in een gebied als de Hoge Venen vind ik spannend, al helemaal in de wetenschap dat dit 50 kilometer langer is dan ik ooit gelopen heb en er geen makkelijke uitweg is in geval van nood. Zo zelfredzaam ben ik nog niet.
Om meer ervaring met self-supported tochten op te doen, loop ik in mei de 100 kilometer lange Dutch Mountain Trail. Als ik na een lange dag het eindpunt in Maastricht bereik, zit ik er aardig doorheen. Nu nog een nacht doorhalen? Ik moet er niet aan denken en zet dus een streep door Dead Marshes. Het is niets voor mij…
Toch gaat het na een tijdje weer kriebelen. Als volgende test sla ik twee vliegen in één klap door solo een nacht door te halen en meteen een deel van het parcours op de Hoge Venen te verkennen. Ik rij op een vrijdag uit werk naar Baraque Michel (het startpunt van Dead Marshes) en begin rond elf uur aan een tocht van 60 kilometer. Het werd een spannende nacht met regen en af en toe een vleugje angst, want in het pikkendonker door een uitgestorven natuurgebied lopen gaat niet in de kouwe kleren zitten. Zo krijg ik telkens weer de rillingen als er reflecterende ogen vanuit de duisternis oplichten, ook al weet ik dat het maar herten zijn. De ontlading is dan ook groot als rond vijf uur ‘s ochtends de vogels beginnen te fluiten en een nieuwe dag aanbreekt.
Eenmaal terug bij de auto doe ik een dutje. Als ik rond half tien wakker word, zie ik tot mijn verbazing Maarten, Marek en Tim over de parkeerplaats lopen. Deze mannen zijn het brein achter de LOTR Slam en hebben vannacht na 120 kilometer hun poging voor Dead Marshes gestaakt. Je blijkt er toch goed voor te moeten trainen, aldus Maarten en Marek. Onder het genot van een uitsmijter bij Baraque Michel leer ik ze kennen en wisselen we verhalen uit over de afgelopen nacht.
Dead Marshes? Ik ben er klaar voor.
Het plan
De route bestaat uit twee lussen. De eerste lus is 120 kilometer lang en loopt onder andere door de Duitse Eifel; de tweede lus is 90 kilometer lang en loopt tot in de Ardennen. Dat betekent dat ik na 120 kilometer weer bij de auto kom en dat komt logistiek gezien goed uit. Vooraf plunder ik de supermarkt en zoek ik goed uit wat mijn opties voor tijdens de tocht zijn. Alle restaurants, bakkertjes, supermarkten en tankstations langs de route worden in kaart gebracht en de openingstijden worden opgeschreven. Zelfs een frisdrankautomaat in Coo wordt via Google Streetview gelokaliseerd. Niets kan aan het toeval worden overgelaten. Voor de zekerheid neem ik een waterfilter mee en voor als het mis gaat heb ik een satelliettelefoon en het nodige EHBO pakketje bij me. Tot slot verdeel ik de route in stukken van 10 tot 30 kilometer, afhankelijk van waar de eetvoorzieningen zijn. Door nooit meer dan 30 kilometer vooruit te hoeven kijken hoop ik het in de hersenpan overzichtelijk te houden.
Ik besluit de uitdaging in juli aan te gaan om zaken als het weer en een late zonsondergang aan mijn zijde te hebben. Ondanks mijn voorbereiding weet ik dat het een grote sprong in het diepe wordt, maar laat dat nu juist het avontuur zijn waar ik naar verlang.
Waar is Smeagol? (0 tot 120 kilometer)
Ik rij in alle vroegte naar Baraque Michel en start daar rond zeven uur 's ochtends aan het avontuur. Op dat moment hangt er een dik pak mist in de lucht, is het windstil en zijn de wandelpaden uitgestorven. Het enige wat ik hoor zijn kabbelende stroompjes water die onder de bekende plankjes door lopen, maar door het hoge gras zie ik ze nauwelijks. Het duurt niet lang voordat de plankjes ophouden en mijn voeten kennismaken met dat water. Om de ervaring compleet te maken doemen de dode bomen bij Noir Flohay op uit de mist. Het is een fraai en treffend begin van dit Dead Marshes avontuur.
Vlak na Noir Flohay loop ik tegen een muur van varens aan. Tijdens de parcoursverkenning kwamen deze varens tot mijn heupen, nu steken ze met een lengte van minstens 2 meter boven me uit, hangen ze over het pad heen en zijn ze door de ochtenddauw kletsnat. Met mijn regenjas aan baan ik een weg door deze menselijke wasstraat.
Ondanks dat het avontuur nog jong is, is het al precies waar ik vooraf op hoopte. De Hoge Venen zijn betoverend mooi, ruig, uitgestrekt en stil. Het voelt als een voorrecht om hier in alle stilte doorheen te lopen.
Na een aantal uur maken de Hoge Venen plaats voor de Duitse Eifel. De zon brandt inmiddels aardig, maar er zijn hier genoeg terrasjes met koude radlers om het hoofd koel te houden. Het is half vier als ik bij het voormalig nazi trainingskamp genaamd Vogelsang aankom. Ik heb er op dat moment 64 kilometer opzitten en vind het tijd voor een vroeg avondmaal. Tot zover verloopt alles vlekkeloos.
Helaas kom ik na Vogelsang maar moeilijk op gang. Ik ervaar voor het eerst tekenen van vermoeidheid en dat komt waarschijnlijk door de baksteen aan spätzle en taart die op mijn maag valt. Met een druilerige pas wandel ik de komende uren over vele vals platte stukken waardoor ik het tempo relatief laag blijft. Gelukkig brengt het vallen van de avond een deken van vreedzaamheid met zich mee en geniet ik van het golden hour.
De zon is net onder als ik in het pittoreske Monschau aankom en ik mijn water bij de dorpsfontein aan wil vullen. Helaas scheurt de zak van het waterfilter waarmee ik dit doe en lukt het me niet de flesjes gevuld te krijgen. Als alternatief duik ik een café in. De gastvrouw vult mijn flesjes en zet een groot bierglas gevuld met Fanta op de bar. Geheel in lijn der verwachtingen is het de lekkerste Fanta die ik ooit op heb. Het feit dat ik al 100 kilometer onderweg ben zal er vast iets mee te maken hebben.
Het is inmiddels donker geworden, dus ik verlaat het cafeetje met mijn hoofdlamp op. Als ik over een steil, donker pad het dorp uit loop, word ik plots aangevallen door een hond. Ik ga zelf ook in de aanval, maak mezelf groot en blaf minstens zo hard terug om ervoor te zorgen dat deze herrieschopper op afstand blijft. Na een paar tellen komt er een boze oude Duitse taart om de hoek zetten met in de ene hand haar telefoon en in de andere hand een peukie en een hondenriem. In plaats haar monster aan te lijnen en onder controle te krijgen wordt ze boos op mij. Na een korte en niet productieve dialoog vervolg ik mijn weg met een flinke scheut adrenaline in mijn systeem.
Een uurtje later staan de nekharen wederom overeind, maar dit keer om een andere reden. Langs het donkere bospad staat een klein kapelletje, waar vele kaarsen een flikkerende oranje gloed op de ramen werpen. De deur staat open. Iets zegt me om even naar binnen te gaan, maar wat als er op dit duivelse uur toch mensen binnen blijken te zijn? Wat zouden die hier dan doen? Ik neem een foto voor de herinnering en loop maar weer snel verder. Brr…
Na het spookachtig kapelletje bevind ik me weer op de Hoge Venen en maak ik me op voor een uitdagend stukje route dat dwars door het veen loopt. Tijdens de parcoursverkenning kon ik geen gangbaar pad vinden en ben ik omgedraaid en omgelopen. Vastberaden om het dit keer wel te vinden, stap ik door de struiken en over de hompen gras heen. Toch weet ik het weer niet te vinden. Wat een rechte lijn van een paar honderd meter had moeten zijn eindigt in een kronkelende omweg door de struiken en het zompige veen. Het verstand gaat op nul en ik ploeg er maar gewoon doorheen. Soms sta ik tot mijn knieën in het water. Later zie ik dat andere Dead Marshes finishers wél die rechte lijn door het veen lopen. Ik snap dit stuk echt niet. Waar is Smeagol om me de weg te wijzen…?
In de laatste kilometers tot Baraque Michel breekt een magisch moment aan. Het is rond middernacht als ik weer over de plankjes door het desolate veengebied loop. Het is donker en nog steeds windstil. Het enige geluid wat ik hoor is dat van een eenzame krekel en dat van kabbelend water. De maan staat laag aan de hemel, heeft een oranje kleur en geeft net voldoende licht om de lichtgrijze plankjes op te lichten waardoor ik mijn hoofdlamp uit kan doen. Wat een magische stilte. Wat een magische ervaring. Ik sta stil en ben eventjes alleen op de wereld.
Bijtanken
Het is één uur ‘s nachts als ik bij de auto aankom. Ik ben dan 18 uur onderweg en heb ruim 120 kilometer en 3000 hoogtemeters afgelegd. Geheel volgens plan trek ik een schoon setje kleren aan, leg ik alle elektronica aan de lader en begin ik met eten. Een recovery shake, roze koeken, droge worst, chips, cashewnoten. Het feest kan niet op. Met een volle maag kruip ik in de slaapzak om een dutje te doen. Het duurt even voordat ik tot rust kom, maar ik val uiteindelijk voor een uur in slaap.
Als ik wakker word, hoor ik het nachtleven op de Hoge Venen los gaan. Soms hoor ik een luide kreet wat op een schreeuwende koe lijkt, al zal het wel een edelhert zijn. Hoe dan ook, ik krijg steeds minder zin om naar buiten te gaan. De auto is mijn heerlijk warme en comfortabele cocon geworden.
Gelukkig komt langzaam het besef dat het tijd is om weer op pad te gaan. Het is alsof m’n lichaam weet dat de missie er nog niet opzit, want echt moe ben ik dat moment niet meer. Rond half vier in de nacht vervolg ik mijn avontuur.
My precious water... (120 tot 210 kilometer)
Het is vier uur ‘s nachts op een maandag, maar toch blijk ik niet de enige die nu over de Hoge Venen rent. De twee hoofdlampjes die ik in de verte zie lijken hetzelfde pad te nemen als waar ik heen ga. Wie loopt er in godsnaam rond dit tijdstip het veengebied in? Dat zullen zij vast ook over mij denken… Omdat ik op ze in loop, kondig ik mijn aanwezigheid op tijd aan door op mijn vriendelijkst “please don’t be scared” te zeggen. Het werkt. Het zijn twee Franstalige dames die hier ook hardlopen. Mensen van hetzelfde soort dus. Hoewel ik benieuwd ben naar hun avontuur, wensen we elkaar slechts een fijne nacht en ren ik voor ze uit.
Het is kwart voor zeven als de ochtendzon een mooie gouden gloed werpt over het gras en de heide van Fagne de Malchamps. Er staat geen wolkje aan de lucht, dus het belooft een mooie zomerse dag te worden. Met de moraal zit het nog steeds goed.
Naarmate de ochtend vordert passeer ik een aantal dorpen waar alle voorzieningen die op mijn lijstje staan helaas nog dicht zijn. Ik loop voor op schema en dat pakt nadelig uit. Gelukkig is er nog die ene frisdrankautomaat in Coo, waardoor ik na 43 kilometer eindelijk weer water bij kan vullen. Daar was ik echt aan toe.
Na Coo (kilometer 163) is het een relatief makkelijke weg naar Francorchamps (kilometer 177), zij het niet dat het kwik tot a-relaxte hoogtes stijgt en ik snel door mijn net aangelegde watervoorraad van 2 liter heen ben. Op mijn lijstje zie ik dat een tankstation in Francorchamps de laatste optie is om water bij te vullen, al moet ik daar wel een kilometer voor omlopen. Als alternatief scan ik elk huis in Francorchamps op de aanwezigheid van een buitenkraantje of simpelweg bewoners om bij aan te bellen. Het eerste succes lijkt een boerderij waar buiten een tuinslang ligt. Ondanks dat er vanachter een raam werd geseind dat het drinkwater is, is het warm en smaakt het zwaar naar plastic waardoor ik mijn flesjes snel weer leeg gooi. Met een zuur gezicht zoek ik verder tot ik bij een camping uitkom. Blijkbaar was gister de Grand Prix van Spa waardoor hier een hele hoop horecavoorzieningen opgeruimd worden en er gelukkig wél drinkwater te verkrijgen is. Ik ben gered! Maar, hou ik het hier 35 kilometer mee vol?
Het is duidelijk dat de echte ultra ervaring is begonnen. Ik ben moe, mijn voeten doen pijn en ik ben continu bezig met het oplossen van problemen. Ik weet dondersgoed dat er maar één manier is om hier een eind aan te maken en dat is de route naar de auto uitlopen. Het liefst zo snel mogelijk. Zonder dat ik er bewust voor kies, gaan de oogkleppen op en loop ik stoïcijns door. Dat betekent ook dat ik weinig tot geen tijd besteed om mezelf op te lappen zoals ik dat op een verzorgingspost tijdens een race zou doen. Ik kan wel op de grond gaan zitten, maar daar vind ik geen water of eten, dus kan ik net zo goed doorlopen. Toch?
Dat dit een slechte strategie is blijkt wanneer ik na het dorpje Mont een steile klim op beuk en bovenaan duizelig en licht in mijn hoofd word. Ik zoek snel de schaduw op en ga op de grond zitten. Ik merk dat ik veel te warm ben en dat verwijt ik aan het gebrek aan water. Het is alsof de koelvloeistof op is. Ik drink het laatste beetje water wat ik bij me heb en schroef het tempo nog verder omlaag in de hoop ‘af te koelen’, of beter gezegd om niet oververhit te raken. Zodra ik weer langs een rivier loop, probeer ik het weer eens met mijn waterfilter. Ik voel me een uitgemergelde Smeagol als ik gehurkt naast de rivier zit en een droevige hoeveelheid water in mijn flesjes druppel. My precious water…
Een gesloten café bij de stuwdam van Robertville brengt een einde aan dit armzalig gedoe. Ze hebben namelijk de buitendeur naar de WC’s opengelaten. Eindelijk, drinkwater in overvloed!
Met een klotsende maag en twee koude liters water in mijn racevest kan ik de laatste 14 kilometer misschien nog gaan genieten. Het is namelijk een mooie klim vanuit het dal terug naar de Hoge Venen en Signal de Botrange, wat met 694 meter het hoogste punt van België is. Er wacht dan nog één obstakel en dat is een stuk waar geen pad bestaat en ik door een zee van hoog gras en wat struiken ploeg. Maar, de zon staat weer lekker laag aan de hemel en door een gouden gloed over het lange gras voel ik me net Gladiator in die scene waar hij zijn vrouw weer ziet.
Toegetakeld, moe, maar zeker ook voldaan kom ik na een totale tijd van ruim 37 uur aan bij Baraque Michel en zit mijn Dead Marshes avontuur erop. Geen medailles, finishboog of high-fives, maar een koude douche met een emmer water en telefonisch contact met het thuisfront. Ik heb het gehaald!
Omdat ik te vermoeid ben om naar huis te rijden en de zon inmiddels onder gaat, slaap ik hier nog een nacht in de auto. Ik breng alleen nog een kort bezoek aan het naastgelegen Eupen om mezelf op een broodnodige (vergeten) tandenborstel en een teleurstellende McDonalds te trakteren.
Conclusie
Alles samengevat kijk ik terug op een geweldig groot avontuur. Ik ben blij dat ik de mystiek van het desolate Hoge Venen heb mogen ervaren in een uiterst pure vorm, zowel in de ochtendmist als diep in de donkere nacht. Het is een adembenemend mooi gebied.
Wel heb ik tijdens dit avontuur meer afgezien dan ik had verwacht en dat komt vooral door het gebrek aan waterpunten in België en een vrijwel onbruikbare waterfilter. Maar, ik heb er ook een hoop van geleerd:
- Opgeven is geen optie. Het afmaken van de uitdaging zit zo ontzettend diep geworteld omdat er geen makkelijke uitweg is als je op jezelf aangewezen bent. Want ondanks het afzien dacht ik geen enkel moment aan opgeven. Dat was simpelweg geen optie.
- Neem pauze en zorg goed voor jezelf, ook als er geen eet- of drinkgelegenheden zijn. Het gebrek aan eet- en drinkgelegenheden in België zorgde ervoor dat ik op dag twee nauwelijks pauze nam. Ik laadde mezelf niet meer op en zorgde onvoldoende voor mezelf. Met een totale tijd van 37 uur en 20 minuten had ik meer dan genoeg tijd over om dat wél te doen. Zo negeerde ik pijn aan mijn voet en fixte ik op geen enkel moment mijn compressiekous en schoen om het op te lossen, waardoor ik de dagen erna nauwelijk op die voet kon staan, laat staan lopen.
- Self-supported lopen kost veel meer aandacht. Meer dan ooit was ik onderweg op mijn telefoon bezig met de route. Dat piekte op dag twee toen ik me continu afvroeg of er toch nog ergens een waterpunt zat. Dit zorgt voor een onrustig gevoel, vergt veel hersencapaciteit en leidt af van het lopen. Dit maakte het moeilijk om de autopilot aan te zetten en de meditatieve staat te bereiken die ik doorgaans in een race bereik.
Wat dat betreft is een georganiseerde ultramarathon veel makkelijker: je volgt domweg de routemarkering tot je de volgende verzorgingspost bereikt waar je van alles kunt eten en drinken. En als je niet meer wil, dan is er altijd een (te) makkelijke uitweg…
Op naar de LOTR Slam!
Meer informatie daarover vind je hier.
Reacties
Jan en Monique
2024-11-13 21:30:35
Wauw Tom, wat een avontuur en wat geweldig geschreven. Wat ben je toch een topper!
Rick Carroll
2024-11-13 22:05:00
Great story and an epic adventure! Congratulations!
Axel
2024-11-13 22:12:39
Wat een innemend mooi verhaal, diepe buiging!
Tom Schakenbos
2024-11-14 15:53:21
Wat een gaaf avontuur man echt gaaf!
Bart
2024-11-15 12:54:38
Mooi verhaal Tom!
Floris
2024-11-17 20:48:37
Lekker ommetje Tom (een Tommetje gheghe)
Wouter Jense
2024-11-18 09:58:11
Geweldig verhaal, brightens the monday morning!
Paul
2025-05-05 20:28:44
Beste Tom, ik wil graag de Dead marshes lopen als training voor de legend en de nordkalotleden. Zou jij even de gpx van de Dead marshes willen/kunnen delen.
Ps wat een mooie prestatie!!
Rudolf H
2025-09-29 05:22:13
Super man, wat een avontuur! Zeer inspirerend om te lezen en respect voor je doorzettingsvermogen.
Jan en Monique
2024-11-13 21:30:35
Wauw Tom, wat een avontuur en wat geweldig geschreven. Wat ben je toch een topper!
Nieuwsbrief
Verhalen
2025
2024
2023
2022
2021

Toine Schoenmakers
2024-11-13 21:02:31
Ik had al wat verhalen gehoord, maar jeetje wat een AVONTUUR!