Bello Gallico 100 mijl
Gepubliceerd op 23-02-2024.
De Bello Gallico is een vrij vlakke maar modderige 100 mijl race die half december in Vlaanderen plaatsvindt. De organisatie - die tevens bekendstaat om haar geweldige vrijwilligers - noemt het ‘Just the best Christmas party’. Het lijkt me het perfecte evenement om het jaar mee af te sluiten en het is een goed excuus om in de donkere wintermaanden nog de nodige kilometers te lopen.
Verslagen van voorgaande edities geven de indruk dat het een gure, koude en soms zelfs saaie race is. Kilometers lange karrensporen over vals-platte heuvels blijken sommige mensen tot wanhoop te drijven. Om over loopgraafvoeten nog maar te zwijgen. Tegelijkertijd lees ik dat het een race is om hard te lopen en om te zien wat je waard bent op de 100 mijl afstand. Kortom, ik bereid me voor op een mentale strijd en denk vooraf goed na over mijn instelling.
Het raceplan wat ik opschrijf komt op het volgende neer:
Plezier hebben is belangrijker dan tijd. Ga voor de ervaring en het avontuur. Blijf in het moment en kijk niet te ver vooruit. Check nooit je afstand of tempo. Eet, drink, verzorg je voeten, wandel als het moet en kom heelhuids door de eerste helft heen.
Het zorgt ervoor dat ik ontspannen en met de juiste instelling aan de start sta. Ondanks dat de eindtijd me niet interesseert, heb ik daar natuurlijk wel een verwachting voor. Je moet vrouwlief en het thuisfront wel wat richtlijnen meegeven, nietwaar? Het lijkt me mooi om binnen 24 uur te finishen en uitgaande van voorgaande edities lijkt dat meer dan haalbaar. Dat gezegd hebbende gooi ik die 24 uur meteen weer overboord.
De eerste 40 kilometer
We starten om 04:00 uur 's ochtend in Oud-Heverlee. De temperatuur is met 3 tot 8 graden celcius vrij zacht en het heeft de laatste dagen gelukkig niet veel geregend. Daarnaast lopen we rond de langste nacht van het jaar, wat betekent dat de zon om half 9 op komt en om half 5 weer onder gaat. We zullen dus meer dan de helft van de tijd in het donker lopen en daar kijk ik naar uit. Het wordt lekker spoken door de donkere Vlaamse wouden.
Zoals bij elke race zijn de eerste uurtjes wat rommelig omdat iedereen zijn tempo en plekje zoekt in het veld van ruim 200 andere lopers. Blijf je achter iemand plakken? Haal je in? Zak je terug? Ik probeer me niets van de rest aan te trekken en dat lukt. De tijd vliegt voorbij en ik ben voor mijn gevoel snel bij checkpoint 1 (CP1) dat op zo’n 20 kilometer ligt. Ik heb zelf voldoende eten mee waardoor ik hier maar enkele minuten nodig heb om de drankvoorraad aan te vullen.
Op weg naar CP2 zitten er wat lange karrensporen en kasseistroken in de route en verruilt het bos zich voor uitgestrekte akkers. Zou dit het saaie stuk zijn waar anderen over schreven? Ik vermaak me in ieder geval nog steeds kostelijk in deze omgeving en ik voel me tot dusver erg goed.
Van 40 tot 80 kilometer
Ik ben ongeveer 4,5 uur en 40 kilometer onderweg als ik CP2 binnenloop en bij m’n eerste drop bag kan om mijn reserves aan te vullen. Het is goed om te vermelden dat deze race erg overzichtelijk is. We lopen namelijk twee maal hetzelfde rondje, waarvan de tweede keer in tegenovergestelde richting, en er ligt grofweg na elke 20 kilometer een checkpoint. Ik kom dus op de terugweg weer langs CP2 wat dan CP6 (op 120 kilometer) is.
Als ik na CP2 mijn weg weer vervolg ontmoet ik Herman. Hij stapte vorig jaar na 125 kilometer uit de race door onderkoelingsverschijnselen. De temperaturen lagen toen ver onder nul en zelfs na uren bij de verzorgingspost onder de dekens te hebben gelegen, warmde hij niet voldoende op om verder te kunnen lopen. Het mag duidelijk zijn dat we vandaag geluk hebben met de weersomstandigheden!
Herman waarschuwt me voor de modder die er zo aan komt. Zo erg kan het niet zijn, denk ik. De afgelopen 40 kilometer viel het reuze mee en ik heb nog steeds droge sokken. Maar helaas heeft Herman gelijk. Het pad staat volledig onder water. Hij pakt zijn camera erbij en loopt vrolijk door het water heen.
Ik twijfel. 40 kilometer lang met doorweekte schoenen lopen tot ik bij CP4 wat droogs aan kan trekken? In de zomer zou het geen probleem zijn, maar ik heb geen zin in loopgraafvoeten. Ik besluit m’n schoenen en sokken uit te trekken en op blote voeten door de bagger te wandelen, hopende dat er geen scherpe voorwerpen op de bodem liggen. Vijftig meter verder zit het er alweer op. Ik droog mijn voeten af, trek mijn schoenen aan en zie dat dit me slechts enkele minuten heeft gekost. Het was die tijd meer dan waard en het duurt dan ook niet lang voordat ik weer naast Herman loop.
Herman en ik hobbelen gestaag verder en sluiten op een gegeven moment aan bij een andere Vlaming genaamd Bram. Het zijn gezellige meters en we houden een mooi tempo vast. Waar Bram een doel heeft van sub 20 uur, hou ik nog steeds vast aan mijn verwachting van sub 24 uur. Gezien de huidige voortgang verwacht ik dat dit ruimschoots gaat lukken, maar ik durf die verwachting nog niet aan te scherpen naar bijvoorbeeld 22 uur. Zodra zo’n verwachting namelijk te scherp is, staar ik daar mezelf helemaal op stuk en dat werkt averechts.
Bram, Herman en ik lopen met z’n drieën door tot CP3. Om daar een indruk van te krijgen kun je Herman zijn video over de race bekijken. Na een heerlijk broodje hot dog en een wederom vrij korte pauze verlaat ik CP3 in mijn eentje. Na een paar kilometer heeft Bram me alweer ingehaald en lopen we samen verder. De Bello Gallico voelt inmiddels als een ontspannen en mooie toer door Vlaanderen. We passeren onder andere een berucht glibberig pad met aan weerszijden prikkel- én schrikdraad, een spoorwegovergang waar we op een trein moeten wachten en wat kleine dorpjes.
Bram blijkt een oude diesel te zijn die een sterke tweede helft kan lopen. Met een beetje geluk kan ik daarbij aanhaken, maar voor het zover is komen we na 80 kilometer eerst aan op CP4. Het is rond 13:10 als we daar aankomen en we zijn op dat moment dus ruim 9 uur onderweg.
Van 80 tot 120 kilometer
Na 20 minuten te hebben uitgerust op CP4 vind ik het tijd om weer verder te gaan. Bram zie ik op dat moment niet maar ik verwacht dat we elkaar onderweg snel weer vinden. Omdat het tweede rondje in tegenovergestelde richting gelopen wordt, kom ik lopers tegen die op weg zijn naar CP4 en het is leuk om die nog even aan te moedigen. Een van die lopers is David, die ik eerder dit jaar tijdens de Grand Trail des Lacs et Chateaux (166 km) ontmoette. Hij had vooraf problemen met zijn achillespees maar rent hier gelukkig alsnog de sterren van de hemel. Dit soort interacties houden de sfeer er goed in.
Na een kleine 12 uur staat er 100 kilometer op de teller en ben ik bij CP5. Ondanks dat er best nog wat mensen bij dit checkpoint zijn, kom ik na CP5 weinig tot geen andere lopers meer tegen en dat brengt een gevoel van rust met zich mee. Omdat mijn benen nog steeds erg fris en sterk zijn krijg ik steeds meer zin om te vlammen. Alsof dat nog niet leuk genoeg is valt de avond en gaat de hoofdlamp weer aan. Ik blijf het fantastisch vinden om in het donker door de uitgestorven bossen te lopen. Ehm, ik bedoel vlammen.
Vlak voor CP6 ligt het onder water gelopen pad. Omdat ik per ongeluk mijn drop bags door elkaar gehaald had, lagen mijn tweede paar schoenen niet op CP4 maar op CP6. Ik kan dit keer dus gewoon met schoenen aan door het water heen lopen. Dat scheelt weer een hoop gedoe.
Terwijl ik op CP6 m'n natte schoenen uittrek, zet een vrijwilliger een kom soep voor mijn neus neer en vult ze mijn flesjes met water. De geruchten over de fenomenale vrijwilligers zijn dus waar! Om het feest compleet te maken komt Bram binnen. “Sub 20!” roept hij. Het lijkt verdomd nog haalbaar ook.
Ook na CP6 draait de dieselmotor op volle toeren. Ik heb ruim 120 kilometer op de teller staan en ren nog steeds zonder veel moeite een constant tempo. Ik voel me net een machine. Ik haal af en toe nog mensen in, maar word zelf al uren niet meer ingehaald. Lekker Pacman spelen, zoals Floris zou zeggen.
Als ik CP7 binnenloop ben ik daar op dat moment de enige loper. Er worden hier heerlijke tosti’s gebakken maar die sla ik af. Qua voeding gaat het de hele race zo goed dat ik niet van mijn plan af wil wijken. Ik eet al ruim 16 uur lang mueslirepen, gels met cafeïne, elektrolyten, zouttabletten, chocolade en dextro en heb nog genoeg voor de laatste 20 kilometer.
Nog geen kilometer na CP7 komt er een hoofdlamp mijn kant op gerend. Het is Adriaan die door zijn GPS de verkeerde kant op wordt gestuurd. Nadat hij omdraait en we samen de juiste richting oplopen, vertelt hij dat een tijd van onder de 19 uur haalbaar is, mits we 9,5 kilometer per uur aanhouden. Ik vind sub 20 uur al een hele prestatie en acht sub 19 uur niet haalbaar. Maar Adriaan is vastberaden. “Zolang ik niet hoef over te geven is het haalbaar”. Baas dat hij is verdwijnt Adriaan langzaam uit zicht en zie ik alleen nog zijn rode lampje wat hij achterop heeft zitten.
Mijn lichaam begint langzaam te piepen en te kraken. Ook al is het vlak, ik moet steeds vaker even een paar passen wandelen voordat ik weer kan rennen. Ik ben inmiddels weer helemaal alleen in het donkere bos en er is nergens een hoofdlampje te bekennen. Na 150 kilometer nauwelijks op mijn horloge te hebben gekeken, begin ik steeds vaker te kijken hoe lang het nog duurt. Helaas tikken de kilometers maar langzaam weg.
Ruim 2 kilometer voor de finish doemt er achter me een wit lampje op. Of is het reflecterende routemarkering van de heenweg? Nee, het lijkt toch echt op een lampje. Shit, ga ik toch nog ingehaald worden vanavond. Wat zal ik doen? Volle gas rennen voor de eer of gewoon lekker uitlopen want er valt toch niets te behalen? Volle gas voor de eer dus!
Ik zet de versnelling in maar loop niet op het lampje uit. De achtervolging lijkt ingezet te zijn. Ik twijfel een paar keer of dit het waard is, maar dan loopt het pad gelukkig naar beneden en helpt de zwaartekracht een handje mee. Na een tijdje zie ik geen hoofdlampje meer achter me, maar ik geef de strijd nog niet op. Ik beuk over de half rotte vlonders aan de waterkant en zie de finishlocatie verschijnen. Op dat moment zegt mijn horloge dat ik 18:57 uur onderweg ben. Wat!? Sub 19!? Ik ren als een idioot het gebouw binnen en word in een volle zaal onder luid applaus ontvangen. Eenmaal op het podium klok ik een tijd van 18 uur, 58 minuten en 51 seconden en zie ik Adriaan zitten. “Ik zei het!” roept hij. Vol ongeloof neem ik een medaille en een fles bier in ontvangst.
PS. De volgende loper komt pas 20 minuten na mij binnen, dus het was geen lampje maar een illusie die me naar een tijd van onder de 19 uur jaagde. Een erg mooie illusie in dit geval!
Zoals wel vaker zit ik in de dagen na de race op een roze wolk. Ik kijk met plezier terug op wat zich allemaal heeft afgespeeld in de Vlaamse wouden. Een kleine 19 uur lang scherp, gefocust en stoïcijns knallen. Stap voor stap. Daarmee kwam ik als 15e van de 220 deelnemers over de streep en daar ben ik best trots op.
Achteraf gezien speelde het raceplan een belangrijke rol in de prestatie. Zo blijkt maar weer dat hoe meer ik bezig ben met genieten, hoe beter ik presteer. Het wordt mentaal makkelijker, ik loop meer ontspannen, luister beter naar mijn lichaam en neem voldoende tijd om voor mezelf te zorgen.
Tot slot werd de beleving naar een volgend niveau getild door de ambiance. De Bello Gallico is een stukje sociale cohesie van de bovenste plank. Mooi volk, die Vlamingen.
Reacties
Axel
2024-02-25 14:52:09
Meesterlijke prestatie op een zeer onderhoudende manier vertelt, alsof je er even bij mag zijn. Mooi, Tom!
Koen
2024-03-03 10:50:00
Mooi verhaal weer!!
Sander
2024-06-17 19:28:20
Grote klasse Avontuur+mooi verhaal
Nieuwsbrief
Verhalen
2025
2024
2023
2022
2021

Jan en Monique
2024-02-24 18:52:12
Wat een mooi verhaal weer en wat een top prestatie weer. Topper 👍😘